Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 37
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

26 juli 1939 Van: De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.)

Origineel

26 juli 1939 De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.) [Logo: Drie kruisen van Amsterdam]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

[Handgeschreven potloodnotitie bovenin:] Verzonden 26/7 G.

No. 30/51/1 M
BIJLAGE
ONDERWERP:

AMSTERDAM (W.) 26 Juli 1939
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer M. Pront,
Rapenburg 42 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Zwanenburgwal te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóór 29 Juli a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 31 Juli a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

[Onderaan de pagina:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een officiële, dwingende aanmaning van de gemeente Amsterdam, specifiek de afdeling Marktwezen. De toon is bureaucratisch en formeel.

De kern van de brief is een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor een marktplaats aan de Zwanenburgwal. De ontvanger, de heer M. Pront, krijgt een ultimatum: betalen voor 29 juli, anders wordt zijn vaste staanplaats per 31 juli ingetrokken.

Interessant is de laatste paragraaf, die een menselijke maat toont binnen de bureaucratie. Er wordt ruimte geboden voor verzachtende omstandigheden, zoals ziekte of het ontvangen van een uitkering ("steun"), mits dit onmiddellijk gemeld wordt. Dit suggereert dat de economische realiteit van die tijd (armoede, werkloosheid) bekend was bij de instanties. De spelling is conform de toenmalige tijdgeest, met het gebruik van de 'y' in woorden als 'hierby', 'wys' en 'onherroepelyk'. De datum van de brief, 26 juli 1939, is historisch saillant. Het is slechts vijf weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Nederland is op dit moment nog neutraal, maar de economische nasleep van de crisisjaren '30 is nog voelbaar, wat de referentie naar 'steun' verklaart.

De geadresseerde, M. Pront, woonde aan de Rapenburg 42. Dit adres lag in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Veel bewoners van deze wijk waren afhankelijk van de handel op de omliggende markten, zoals de Zwanenburgwal en het Waterlooplein. De Zwanenburgwal-markt was een bekende markt voor textiel en diverse goederen.

Deze brief geeft een inkijkje in de dagelijkse, bijna banale bureaucratische processen die vlak voor de grote wereldbrand gewoon doorgingen. Voor de heer Pront betekende het verlies van zijn marktplaats een direct gevaar voor zijn levensonderhoud, nog voordat de Duitse bezetting zijn leven en die van zijn buurtgenoten radicaal zou veranderen. Uit archiefonderzoek blijkt dat veel bewoners van Rapenburg tijdens de oorlog zijn gedeporteerd; dit document is een van de laatste tastbare bewijzen van hun normale, dagelijkse bestaan in Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een officiële, dwingende aanmaning van de gemeente Amsterdam, specifiek de afdeling Marktwezen. De toon is bureaucratisch en formeel.

De kern van de brief is een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor een marktplaats aan de Zwanenburgwal. De ontvanger, de heer M. Pront, krijgt een ultimatum: betalen voor 29 juli, anders wordt zijn vaste staanplaats per 31 juli ingetrokken.

Interessant is de laatste paragraaf, die een menselijke maat toont binnen de bureaucratie. Er wordt ruimte geboden voor verzachtende omstandigheden, zoals ziekte of het ontvangen van een uitkering ("steun"), mits dit onmiddellijk gemeld wordt. Dit suggereert dat de economische realiteit van die tijd (armoede, werkloosheid) bekend was bij de instanties. De spelling is conform de toenmalige tijdgeest, met het gebruik van de 'y' in woorden als 'hierby', 'wys' en 'onherroepelyk'.

Historische Context

De datum van de brief, 26 juli 1939, is historisch saillant. Het is slechts vijf weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Nederland is op dit moment nog neutraal, maar de economische nasleep van de crisisjaren '30 is nog voelbaar, wat de referentie naar 'steun' verklaart.

De geadresseerde, M. Pront, woonde aan de Rapenburg 42. Dit adres lag in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Veel bewoners van deze wijk waren afhankelijk van de handel op de omliggende markten, zoals de Zwanenburgwal en het Waterlooplein. De Zwanenburgwal-markt was een bekende markt voor textiel en diverse goederen.

Deze brief geeft een inkijkje in de dagelijkse, bijna banale bureaucratische processen die vlak voor de grote wereldbrand gewoon doorgingen. Voor de heer Pront betekende het verlies van zijn marktplaats een direct gevaar voor zijn levensonderhoud, nog voordat de Duitse bezetting zijn leven en die van zijn buurtgenoten radicaal zou veranderen. Uit archiefonderzoek blijkt dat veel bewoners van Rapenburg tijdens de oorlog zijn gedeporteerd; dit document is een van de laatste tastbare bewijzen van hun normale, dagelijkse bestaan in Amsterdam.