Archiefdocument
Origineel
Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen te Amsterdam [Linksboven in stempel/druk:]
Nº 25/169/1 M.1940 22/8
[Rechtsboven geschreven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
[Midden:]
Rapport
De echtgenoote van den vasteplaatshouder
B. van Thijn, pl 23 AC, heeft op 19 Aug '40
haar plaats in erglijk vuilen toestand
verlaten.
Niet minder dan ± 2 M.3. stroo en hout-
wol werd na haar vertrek, om 5.30 uur op
haar plaats aangetroffen.
Bestraffing dient m.i. te volgen.
Amst. 19 Aug '40
[Onleesbare handtekening]
[Linksonder:]
adres:
Waterlooplein 14 bov
25/169/2 M.1940 1 dag voorwaardelijk geschorst (1 jr) wegens
achterlaten van vuil.
M. i: straffen met het recht om gedurende
2 dagen een plaats op de markten te A’dam te
bezetten (waaraan 1 dag, welke reeds voorw
was opgelegd, en 1 dag voor het nieuwe feit)
[In rood en zwart onderaan:]
25/169/2 M 26/10/40 MS Acc. 23-8-40 mp Th D 2/8 40 Dit document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse marktdienst. Een marktbeambte rapporteert dat de vrouw van een vaste standplaatshouder, B. van Thijn (standplaats 23 AC), haar plek op 19 augustus 1940 extreem vervuild heeft achtergelaten. Er lag circa 2 kubieke meter aan stro en houtwol (verpakkingsmateriaal).
In de kanttekeningen onderaan is het administratieve gevolg zichtbaar:
1. Er wordt gerefereerd aan een eerdere voorwaardelijke schorsing van één dag (met een proeftijd van een jaar) wegens een vergelijkbaar vergrijp.
2. Het eindoordeel luidt dat de betrokkene gestraft wordt met de ontzegging van het recht om gedurende twee dagen een marktplaats in Amsterdam te bezetten. Deze twee dagen bestaan uit de tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke dag plus één nieuwe dag voor het huidige feit. Het document dateert van augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Amsterdamse Dienst van het Marktwezen hanteerde strikte regels voor hygiëne en orde op de markten.
Het adres van de betrokkene (Waterlooplein 14) en de naam Van Thijn wijzen op een standplaatshouder die waarschijnlijk deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die historisch gezien sterk vertegenwoordigd was op de markten rondom het Waterlooplein. Dergelijke rapporten geven inzicht in de dagelijkse handhaving en de bureaucratische controle op marktkooplieden in die periode. De administratieve precisie (met verwijzingen naar eerdere straffen en exacte hoeveelheden vuil) is kenmerkend voor de toenmalige gemeentelijke diensten.