Ambtsbericht / Rapport betreffende markttoezicht.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport betreffende markttoezicht. No 28/54/6^A M. 1940 26/8
m.i. retour svp. [paraaf]
Rapport
Onvoldoend Marktbezoek.
B. Knegje.
Den Heer Inspecteur.
Naar aanleiding van het onderhoud dat B. Knegje (plaatshouder No 234 Lindengracht) 24 Juli j.l. met U had naar aanleiding van het onvoldoende bezetten van zijn plaats en de daarop gevolgde mededeeling dat Knegje, 2x per week zijn plaats op de Lindengracht moest bezetten, bericht ik U dat hij nadien tot en met 10 Augustus 1940 zijn plaats niet meer heeft bezet. Ik stel U daarom voor om thans zijn plaats onvoorwaardelijk in te trekken.
Amsterdam 10 Augustus 1940
De Contrôleur Marktopzichter
[Handtekening: H. v.d. Dries (?)]
B. Knegje o.a. pl. 234 Lindengracht
nr. 28/54/1, M40, had t/a 5/8 '40 geregeld komen.
Akkoord m.i.v. 19/8 indien Knegje ook in de week van 12-17 Augs. niet is geweest [paraaf]
Th Wolff.
Bericht a.u.b. 14/8 '40 Knegje heeft in de per: 2-17/8 geen gebruik van zijn Marktpl: gemaakt. Plaats wordt ingetrokken. [paraaf]
in de week van 12/8 - 17/8 is Knegje weer niet geweest. [paraaf]
opb 27/8 '40 Dit document is een ambtelijk verslag van de Amsterdamse marktinspectie uit de zomer van 1940. De kern van de zaak is de intrekking van een marktplaatsvergunning op de Lindengracht.
De procedure verloopt als volgt:
1. Constatering: De contrôleur-marktopzichter rapporteert dat de heer B. Knegje, ondanks een eerdere waarschuwing op 24 juli, zijn verplichte aanwezigheid van twee dagen per week niet is nagekomen.
2. Advies: Er wordt voorgesteld de plaats onvoorwaardelijk in te trekken.
3. Verificatie: In de kantlijn en onderaan staan aantekeningen waaruit blijkt dat er nog een extra controleperiode is ingelast (de week van 12-17 augustus). Nadat is vastgesteld dat de plaatshouder ook toen niet verscheen, wordt de beslissing tot intrekking definitief gemaakt.
4. Administratieve afhandeling: De verschillende parafen en data (tot 27 augustus) tonen de hiërarchische weg die het document heeft afgelegd binnen de gemeentelijke bureaucratie. Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst strikt zakelijk en administratief van aard is (het gaat formeel over "onvoldoende marktbezoek"), is de context van die tijd van groot belang.
De achternaam "Knegje" is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Tijdens de bezetting werden Joodse marktkooplieden stelselmatig gehinderd, beperkt en uiteindelijk volledig uitgesloten van de markten. Hoewel deze specifieke intrekking op papier het gevolg is van afwezigheid, is het bekend uit historisch onderzoek dat veel Joodse handelaren in deze periode hun werkplek noodgedwongen moesten verlaten door de toenemende anti-Joodse maatregelen of de dreigende sfeer. Documenten als deze vormen de papieren neerslag van het verdwijnen van Joodse Amsterdammers uit het straatbeeld en de economie van de stad. B. Knegje H. v.d. Dries