Administratieve dossiernotitie / ambtelijk verslag.
Origineel
Administratieve dossiernotitie / ambtelijk verslag. [Bovenzijde, centraal:]
Inz.
Nauwkeurig de data van waarschuwing enz. vermelden. Kan deze man niet nog eens worden geholpen? We hebben dit stuk en adres!
27-8-40 [onleesbare paraaf]
[Linksboven, korte tijdlijn:]
10 Nov 39 voork. kaart.
9 Dec 39 [doorgehaald: gew.]
opger. 3 April 1940
30 Mei [onleesbaar: afgevind/afgevoerd?]
zie ook 1/62/11 M.
[Rechtsonder, in cirkels en marges:]
(1)
28/59/2
Oproepen 11/9/40 [paraaf]
5-9-40
de Boer
p. 11/9-40
[Onderste tekstblok:]
10 Nov. 39 in het bezit gekomen van een voorkeurskaart.
9 December 1939 gewaarschuwd.
Opgeroepen 3 april 40 [gecorrigeerd van 39] in verband met ongeregeld bezetten van zijn plaats.
Deelde toen mede zorg te zullen dragen plaats geregeld te zullen bezetten. Heeft dit niet gedaan met het gevolg dat 30 Mei j.l. voorkeurskaart ingetrokken.
Op 4 September j.l. bij mij ontboden, deelde hij mij mede er geen prijs meer op te stellen om in het bezit te worden gesteld van een voorke- [tekst breekt af]
[Linkermarge, verticaal geschreven:]
Krijgsraad, daar hij niet in rij is te vinden.
Directief (?) krijgt om een vaste plaats op de markt weer in te nemen.
Hij zal moeten [onleesbaar] Het document is een logboek van sancties tegen een individu (vermoedelijk een marktkoopman) die zijn verplichtingen niet nakwam. De kern van het conflict is de "voorkeurskaart". Deze kaart gaf de houder bepaalde rechten of privileges, in dit geval waarschijnlijk gekoppeld aan een vaste standplaats op een markt.
De tijdlijn laat zien dat de persoon sinds november 1939 herhaaldelijk is gewaarschuwd omdat hij zijn plaats niet "regulier bezette". Ondanks beloften tot beterschap in april 1940, werd de kaart op 30 mei 1940 ingetrokken. Opvallend is de notitie bovenaan uit augustus 1940, waarin een ambtenaar vraagt of de man "nog eens geholpen" kan worden, wat duidt op een poging tot bemiddeling. De man zelf lijkt echter de handdoek in de ring te hebben gegooid: op 4 september verklaart hij dat hij "er geen prijs meer op stelt". De periode (november 1939 – september 1940) beslaat de overgang van de Nederlandse mobilisatie naar de eerste maanden van de Duitse bezetting. Tijdens de mobilisatie en de vroege bezettingstijd was de distributie en marktordening streng gereguleerd. "Voorkeurskaarten" waren essentieel voor de bedrijfsvoering in schaarste-economieën.
De vermelding van de "Krijgsraad" in de kantlijn suggereert dat de zaak mogelijk juridische of militaire implicaties had, wellicht omdat de marktordening onder de staat van beleg viel of omdat de betrokkene dienstplichtig was. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke molen en de individuele tragiek van iemand die in de turbulente oorlogsmaanden zijn nering (marktplaats) lijkt te verliezen of op te geven.