Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 128
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Uittreksel van een Koninklijk Besluit, gepubliceerd in een officieel register (mogelijk de Staatscourant of een verzameling van NV-oprichtingen).

15 juli 1929.

Origineel

Uittreksel van een Koninklijk Besluit, gepubliceerd in een officieel register (mogelijk de Staatscourant of een verzameling van NV-oprichtingen). 15 juli 1929. N V 2895 16

van het Wetboek van Koophandel, gelijk deze luidden vóór
1 April 1929;

Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie van
11 Juli 1929, 1ste afdeeling B, n°. 938;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze bewilliging te verleenen:

1°. enz.;

19°. op de overgelegde ontwerp-akte van oprichting van de
naamlooze vennootschap: Naamlooze Vennootschap Tuinbouw-
hypotheekbank, te vestigen te Amsterdam.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van
dit besluit.

Het Loo, 15 Juli 1929.

W I L H E L M I N A.

De Minister van Justitie,
J. Donner. Dit document is een formele weergave van een overheidshandeling uit 1929. Centraal staat de "koninklijke bewilliging", een destijds noodzakelijke stap voor het oprichten van een Naamloze Vennootschap (NV).

De tekst volgt een strikt juridisch format:
1. Referentie naar wetgeving: Er wordt verwezen naar het Wetboek van Koophandel zoals dat gold vóór de wijziging van 1 april 1929. Dit duidt op een overgangssituatie of het afhandelen van een dossier onder oude wetgeving.
2. De voordracht: De Minister van Justitie (J. Donner) adviseert de Koningin op basis van een specifiek dossiernummer.
3. Het besluit: De koninklijke wil wordt uitgedrukt met de plechtige formule "Hebben goedgevonden en verstaan".
4. Specifieke toekenning: Punt 19 van de lijst (waarvan de rest is weggelaten met "enz.") betreft de goedkeuring van de statuten (ontwerp-akte) van de Tuinbouwhypotheekbank.
5. Ondertekening: Getekend door Koningin Wilhelmina op haar zomerresidentie Paleis Het Loo, en medeondertekend (gecontrasigneerd) door de verantwoordelijke minister. In de vroege 20e eeuw was de oprichting van een NV in Nederland onderworpen aan preventief staatstoezicht. Men wilde hiermee wildgroei en fraude voorkomen. Pas in 1970 werd deze preventieve toetsing door de Kroon afgeschaft en vervangen door een toetsing door het Ministerie van Justitie zelf (en later geheel versoepeld).

De specifieke instelling, de Tuinbouwhypotheekbank, weerspiegelt de economische specialisatie van die tijd. De tuinbouwsector professionaliseerde en had behoefte aan specifieke financieringsvormen.

Jan Donner, de ondertekenende minister, was een invloedrijk jurist die later president van de Hoge Raad zou worden. Hij is tevens de grootvader van de latere minister Piet Hein Donner. De datum van het besluit, juli 1929, valt net voor de grote beurscrash van oktober 1929, die een zware wissel zou trekken op de financiële sector en de pas opgerichte banken.

Samenvatting

Dit document is een formele weergave van een overheidshandeling uit 1929. Centraal staat de "koninklijke bewilliging", een destijds noodzakelijke stap voor het oprichten van een Naamloze Vennootschap (NV).

De tekst volgt een strikt juridisch format:
1. Referentie naar wetgeving: Er wordt verwezen naar het Wetboek van Koophandel zoals dat gold vóór de wijziging van 1 april 1929. Dit duidt op een overgangssituatie of het afhandelen van een dossier onder oude wetgeving.
2. De voordracht: De Minister van Justitie (J. Donner) adviseert de Koningin op basis van een specifiek dossiernummer.
3. Het besluit: De koninklijke wil wordt uitgedrukt met de plechtige formule "Hebben goedgevonden en verstaan".
4. Specifieke toekenning: Punt 19 van de lijst (waarvan de rest is weggelaten met "enz.") betreft de goedkeuring van de statuten (ontwerp-akte) van de Tuinbouwhypotheekbank.
5. Ondertekening: Getekend door Koningin Wilhelmina op haar zomerresidentie Paleis Het Loo, en medeondertekend (gecontrasigneerd) door de verantwoordelijke minister.

Historische Context

In de vroege 20e eeuw was de oprichting van een NV in Nederland onderworpen aan preventief staatstoezicht. Men wilde hiermee wildgroei en fraude voorkomen. Pas in 1970 werd deze preventieve toetsing door de Kroon afgeschaft en vervangen door een toetsing door het Ministerie van Justitie zelf (en later geheel versoepeld).

De specifieke instelling, de Tuinbouwhypotheekbank, weerspiegelt de economische specialisatie van die tijd. De tuinbouwsector professionaliseerde en had behoefte aan specifieke financieringsvormen.

Jan Donner, de ondertekenende minister, was een invloedrijk jurist die later president van de Hoge Raad zou worden. Hij is tevens de grootvader van de latere minister Piet Hein Donner. De datum van het besluit, juli 1929, valt net voor de grote beurscrash van oktober 1929, die een zware wissel zou trekken op de financiële sector en de pas opgerichte banken.

Locaties

Het Loo (Apeldoorn).