Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 115
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

25 april 1940. Van: Afdeling Reclasseering, Rijkswerkinrichtingen Veenhuizen (Drenthe). Getekend door B. Kleine, Secretaris van de Reclasseeringsraad te Veenhuizen. Aan: De Directeur van het Bureau Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

25 april 1940. Afdeling Reclasseering, Rijkswerkinrichtingen Veenhuizen (Drenthe). Getekend door B. Kleine, Secretaris van de Reclasseeringsraad te Veenhuizen. De Directeur van het Bureau Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. AFD. RECLASSEERING
RIJKSWERKINRICHTINGEN
VEENHUIZEN (DR.)

VEENHUIZEN, den 25 April 1940.

No. R.O. 1357.

Onderwerp:
J.F. POST (ventvergunning).
Bijlage ............

[Handgeschreven aantekening: m d v.]

Den Heer Directeur van het
Bureau Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m.

Naar aanleiding van Uw geeerd schryven dd. 28 Maart jl. betreffende in margine genoemden Johannes Franciscus Post, thans verblyf houdende in de Openl. Gevangenis alhier, wiens straf expireert op 16 Juli a.s., deel ik U mede, dat de Politie Raampoort den man als venter moet kennen. Als marktkoopman heeft hy geregeld marktgeld betaald, hetgeen ook door Uw bureau mogelyk te contrôleeren zou zyn. Hy stond o.m. met bloemen, visch, koek of ys. Hy maakte dus van het venten te Amsterdam zyn beroep, ofschoon de man niet in bezit was van een geregelde ventvergunning. Hy had destyds steun. Een ventvergunning zou hem geweigerd zyn, omdat hy niets mocht byverdienen. De man, die ook hier blyk geeft zeer werkzaam te zyn, verloor op grond van byverdienste zyn ondersteuning. Hy verlangt er naar by ontslag langs den weg van een normaal venter eerlyk zyn brood te verdienen. Dat hy zulks kàn, daarvan heeft hy in het verleden blyk gegeven. In het belang van zyn reclasseering moge ik U vriendelyk verzoeken te willen overwegen of er geen mogelykheid bestaat het daarheen te leiden, dat Post, straks vry, in het bezit van een ventvergunning wordt gesteld.

Gaarne Uw antwoord tegemoetziende,

Met Hoogachting,
[Handtekening: B. Kleine]
Secr. v. d. Reclass. Raad te V. Deze brief is een pleidooi van de Reclasseeringsraad in Veenhuizen ten behoeve van Johannes Franciscus Post, een gedetineerde die op het punt staat vrij te komen. De kern van het schrijven is het verzoek om Post een officiële ventvergunning te verlenen voor Amsterdam.

De schrijver voert aan dat Post voor zijn detentie reeds als venter (o.a. in bloemen en vis) werkzaam was in de omgeving van de Raampoort. Hij beschikte destijds niet over een vergunning omdat hij een werkloosheidsuitkering ("steun") ontving; het hebben van legale bijverdiensten was in dat systeem niet toegestaan en leidde tot stopzetting van de uitkering. De Reclasseering benadrukt dat de man in de gevangenis een goede werklust toont en dat een legale basis om zijn brood te verdienen essentieel is voor een succesvolle terugkeer in de maatschappij (resocialisatie). Het document dateert van 25 april 1940, slechts twee weken voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de strikte sociale regelgeving van de jaren '30 en '40. De "steun" (werklozenzorg) was gebonden aan zeer strenge regels: wie ook maar een klein bedrag bijverdiende, verloor direct zijn uitkering. Dit dwong veel mensen in de illegaliteit of tot zwartwerk, zoals Post die zonder vergunning ventte.

Veenhuizen was in die tijd een "Rijkswerkinrichting", een plek waar mensen die veroordeeld waren voor zaken als landloperij of bedelarij, maar ook reguliere gevangenen, werden ondergebracht om te werken. De focus lag op tucht en arbeid. De inspanning van de Reclasseering in deze brief toont aan dat er binnen het strafsysteem ook aandacht was voor de praktische aspecten van de nazorg, waarbij werk werd gezien als het belangrijkste middel om recidive te voorkomen.

Samenvatting

Deze brief is een pleidooi van de Reclasseeringsraad in Veenhuizen ten behoeve van Johannes Franciscus Post, een gedetineerde die op het punt staat vrij te komen. De kern van het schrijven is het verzoek om Post een officiële ventvergunning te verlenen voor Amsterdam.

De schrijver voert aan dat Post voor zijn detentie reeds als venter (o.a. in bloemen en vis) werkzaam was in de omgeving van de Raampoort. Hij beschikte destijds niet over een vergunning omdat hij een werkloosheidsuitkering ("steun") ontving; het hebben van legale bijverdiensten was in dat systeem niet toegestaan en leidde tot stopzetting van de uitkering. De Reclasseering benadrukt dat de man in de gevangenis een goede werklust toont en dat een legale basis om zijn brood te verdienen essentieel is voor een succesvolle terugkeer in de maatschappij (resocialisatie).

Historische Context

Het document dateert van 25 april 1940, slechts twee weken voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de strikte sociale regelgeving van de jaren '30 en '40. De "steun" (werklozenzorg) was gebonden aan zeer strenge regels: wie ook maar een klein bedrag bijverdiende, verloor direct zijn uitkering. Dit dwong veel mensen in de illegaliteit of tot zwartwerk, zoals Post die zonder vergunning ventte.

Veenhuizen was in die tijd een "Rijkswerkinrichting", een plek waar mensen die veroordeeld waren voor zaken als landloperij of bedelarij, maar ook reguliere gevangenen, werden ondergebracht om te werken. De focus lag op tucht en arbeid. De inspanning van de Reclasseering in deze brief toont aan dat er binnen het strafsysteem ook aandacht was voor de praktische aspecten van de nazorg, waarbij werk werd gezien als het belangrijkste middel om recidive te voorkomen.