Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 8 oktober 1940 (met handgeschreven verzenddatum 11/10). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst voor Marktwezen of Sociale Zaken). De Wethouder voor de Levensmiddelen te [Plaatsnaam niet genoemd, waarschijnlijk Amsterdam gezien de terminologie, "Alhier"]. [Handgeschreven rechtsboven:] In de lias
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 11/10
VP/HG.
72/27/10 M.
1
8 October 1940.
Telling van het aantal venters
dat op straat is aangetroffen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ingevolge een Uwerzijds verstrekte telephonische opdracht heeft van 3 tot en met 14 September jl. een telling plaats gevonden van venters, in het bezit van een geldige ventvergunning, die in de verschillende wijken werden aangetroffen. In bijlage dezes heb ik de eer U een overzicht van deze telling te doen toekomen. Uit dit overzicht blijkt, dat een groot aantal personen, wien wel een ventvergunning is verleend, in de bovenvermelde periode niet ventende zijn aangetroffen. Als oorzaak van dit verschijnsel wijs ik onder andere op de schaarschte en duurte van verschillende artikelen; voorts op het feit, dat - mede ten gevolge van de vorenbedoelde schaarschte - een groot aantal venters in werkverschaffing is opgenomen of in Duitschland is te werk gesteld. Ook de distributie-maatregelen hebben het venten met sommige artikelen (bijvoorbeeld met petroleum) ongunstig beinvloed. Tenslotte diene, dat momenteel ongeveer 250 venters ondersteuning ontvangen van het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun.
De Directeur, Deze brief is een ambtelijk verslag over de economische toestand van straatventers in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de rapportage is de vaststelling dat een groot deel van de officieel vergunde venters niet meer op straat te vinden is.
De directeur voert hiervoor vier belangrijke redenen aan die een tijdsbeeld schetsen van oktober 1940:
1. Schaarste en inflatie: Goederen zijn moeilijk te verkrijgen of te duur geworden om rendabel te kunnen verhandelen.
2. Arbeidsinzet: De overstap van zelfstandig ondernemerschap naar de 'werkverschaffing' (overheidsprojecten voor werklozen) of de tewerkstelling in Duitsland (de beginfase van de Arbeitseinsatz).
3. Distributiesysteem: De invoering van distributiebonnen en rantsoenering (bijv. voor petroleum) maakt de informele of ambulante handel nagenoeg onmogelijk.
4. Verpaupering: De constatering dat 250 venters reeds afhankelijk zijn van de "armenzorg" (Maatschappelijken Steun) onderstreept de economische nood waarin deze beroepsgroep verkeerde. Het document dateert van kort na de Nederlandse capitulatie (mei 1940). De bezetter begon in deze periode de Nederlandse economie strak te organiseren ten dienste van de Duitse oorlogsmachine. De vrije handel op straat, voorheen een belangrijke bron van inkomsten voor de lagere sociale klassen, werd hierdoor direct de kop in gedrukt. De verwijzing naar "Duitschland is te werk gesteld" is cruciaal; hoewel de gedwongen tewerkstelling pas later massaal werd, werden werklozen of mensen met onvoldoende inkomen (zoals deze venters) al vroeg onder druk gezet om "vrijwillig" in Duitsland te gaan werken. De aantekening "In de lias" duidt erop dat het document is opgenomen in een fysiek archiefdossier (een lias is een bundel opgeregen stukken).