Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 128
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie (doorslag).

4 juni 1940. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktverordening/Marktwezen), ondertekend door M. Müller. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie (doorslag). 4 juni 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktverordening/Marktwezen), ondertekend door M. Müller. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] M. Müller

VP/HG.

90/7/5 M.
1 [tab] 4 Juni 1940.

Kantoortje voor markt-
ambtenaar Mosplein.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 1 April jl. ter kennisneming ontvangen stuk no.932 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat in de practijk is gebleken, dat het zeer bezwaarlijk is de op het Mosplein dienstdoende marktambtenaren te laten werken in de Distelschool. Gelegenheid om er de administratie op te bergen is in die school niet aanwezig; bovendien wordt zij des Zaterdagsmiddags door leden van verscheidene vereenigingen bezocht, waardoor het er zeer druk is en rustig werken voor de dienstdoende ambtenaren niet wel mogelijk blijkt. Tenslotte geeft ook het feit, dat de marktkooplieden er de ambtenaren niet mogen komen bezoeken in de practijk aanleiding tot moeilijkheden.

Ik ben thans in de gelegenheid een betere oplossing aan de hand te doen, doordien ik een eenvoudig wachthuisje kan koopen van de N.V.Handelmaatschappij Gebr.De Boer Jbzn., Oostzanerdijk 9 alhier. De kosten van dit huisje bedragen f 20,-, welk bedrag met ongeveer f 30,- moet worden verhoogd voor transport, opknappen, plaatsing en aansluitkosten electriciteit. De plaatsing kan zonder bezwaar geschieden op het voorste gedeelte van het sportterrein aan het Mosveld. Hieromtrent berichtte het Hoofdbestuur van den Amsterdanschen Bond voor Lichamelijke Opvoeding bereids op 2 Maart 1939, dat daartegen geen bezwaren bestaan.

Onder mededeeling, dat de onderhavige uitgave kan worden gebracht ten laste van volgno.8340 10 der loopende rekening heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat ik tot het doen van den onderhavigen aankoop word gemachtigd.

De Directeur, * Kern van de zaak: De directeur van de marktdienst verzoekt de wethouder om toestemming voor de aankoop van een klein houten wachthuisje (kantoortje) voor de marktambtenaren bij het Mosplein.
* Probleemstelling: De huidige situatie, waarbij ambtenaren gebruikmaken van de nabijgelegen Distelschool, voldoet niet. Er is geen archiefruimte, het is er te druk door verenigingen op zaterdag (marktdag), en marktkooplieden hebben geen toegang tot het schoolgebouw om hun zaken te regelen.
* Kostenaspect: Het gaat om een zeer klein bedrag, zelfs voor die tijd: 20 gulden voor het huisje zelf en 30 gulden voor bijkomende kosten (totaal 50 gulden).
* Locatie: De beoogde plek is het sportterrein aan het Mosveld, waarvoor in 1939 al toestemming was verkregen van de sportbond. * Historisch moment: De brief is gedateerd op 4 juni 1940, slechts drie weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Het document laat zien dat het dagelijks gemeentelijk bestuur en de bureaucratie, ondanks de enorme politieke omwenteling, in eerste instantie gewoon doorgingen met de orde van de dag.
* Locatie: Het Mosveld en Mosplein in Amsterdam-Noord waren (en zijn) belangrijke plekken voor de lokale gemeenschap. De markt daar was essentieel voor de voedselvoorziening van de wijk. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' kreeg tijdens de oorlogsjaren een steeds crucialere rol vanwege de opkomende schaarste en distributie.
* De leverancier: Gebr. De Boer aan de Oostzanerdijk was een bekende lokale firma in Amsterdam-Noord, gespecialiseerd in (onder andere) houthandel en scheepssloperij.
* Bestuurscultuur: De zeer formele toon ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van de vroege 20e eeuw.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De directeur van de marktdienst verzoekt de wethouder om toestemming voor de aankoop van een klein houten wachthuisje (kantoortje) voor de marktambtenaren bij het Mosplein.
  • Probleemstelling: De huidige situatie, waarbij ambtenaren gebruikmaken van de nabijgelegen Distelschool, voldoet niet. Er is geen archiefruimte, het is er te druk door verenigingen op zaterdag (marktdag), en marktkooplieden hebben geen toegang tot het schoolgebouw om hun zaken te regelen.
  • Kostenaspect: Het gaat om een zeer klein bedrag, zelfs voor die tijd: 20 gulden voor het huisje zelf en 30 gulden voor bijkomende kosten (totaal 50 gulden).
  • Locatie: De beoogde plek is het sportterrein aan het Mosveld, waarvoor in 1939 al toestemming was verkregen van de sportbond.

Historische Context

  • Historisch moment: De brief is gedateerd op 4 juni 1940, slechts drie weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Het document laat zien dat het dagelijks gemeentelijk bestuur en de bureaucratie, ondanks de enorme politieke omwenteling, in eerste instantie gewoon doorgingen met de orde van de dag.
  • Locatie: Het Mosveld en Mosplein in Amsterdam-Noord waren (en zijn) belangrijke plekken voor de lokale gemeenschap. De markt daar was essentieel voor de voedselvoorziening van de wijk. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' kreeg tijdens de oorlogsjaren een steeds crucialere rol vanwege de opkomende schaarste en distributie.
  • De leverancier: Gebr. De Boer aan de Oostzanerdijk was een bekende lokale firma in Amsterdam-Noord, gespecialiseerd in (onder andere) houthandel en scheepssloperij.
  • Bestuurscultuur: De zeer formele toon ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van de vroege 20e eeuw.

Locaties

De beoogde plek is het sportterrein aan het Mosveld waarvoor in 1939 al toestemming was verkregen van de sportbond.