Ambtelijk advies / Correspondentie.
Origineel
Ambtelijk advies / Correspondentie. Een functionaris van de afdeling Marktwezen (mogelijk G.J. Molenhuis/Molema, handtekening onderaan). Advies op No 25/11/1 M 1/1.
Den Heer Griffier
th Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van J Rimmen, oorspr. pl. 311 A.C., diene het volgende:
Volgens mededeeling van verzoeker heeft Rimmen v/a 23 Aug. ’40 steun genoten, waarna hij na twee weken van ingang steun via de Arbeidsbeurs naar Duitschland is gezonden.
Aldaar bedroegen zijn inkomsten ± 30 Mk per week + kost en inwoning.
Op 21 Dec. ’40 is Rimmen uit Duitschland vrijwillig teruggekomen, na ongeveer 3 ½ mnd. arbeid aldaar. Thans neemt hij een losse plaats in.
Waar Rimmen een zgn. schrijfplaats had, is het mogelijk hem zijn door hem als vast gebruikte plaats weder terug te geven.
M.i. bestaat dan ook geen bezwaar de per 23 Sept. ’40 ingetrokken plaatsing te geven.
Mocht aldus worden besloten, dan vernam ik gaarne welk bedrag aan eventueel achterstallig marktgeld hem in rekening moet worden gebracht.
Amst. 20 Jan. ‘41
[Handtekening] Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de herstelbetalingen en standplaatsrechten van een marktkoopman, J. Rimmen. De kern van de zaak is dat Rimmen zijn vaste standplaats (nummer 311 A.C.) was kwijtgeraakt omdat hij in de zomer van 1940 werkloos was geworden en via de Arbeidsbeurs in Duitsland was gaan werken.
Belangrijke punten uit de tekst:
1. Arbeidsinzet: Rimmen is "vrijwillig" (of onder lichte dwang van de arbeidsbeurs) naar Duitsland gegaan in september 1940. Dit was in de vroege fase van de bezetting, voordat de grootschalige gedwongen Arbeidseinsatz begon.
2. Inkomsten: Er wordt specifiek melding gemaakt van zijn loon in Duitsland (30 Mark per week plus kost en inwoning), wat suggereert dat de gemeente Amsterdam controleerde of hij voldoende middelen had om zijn standplaatsgeld later alsnog te voldoen.
3. Schrijfplaats: De term "schrijfplaats" verwijst naar een officieel geregistreerde, vaste marktplaats. Omdat hij nu als "losse" koopman werkt, adviseert de ambtenaar om hem zijn oude vaste rechten terug te geven.
4. Financiële afwikkeling: De ambtenaar vraagt aan de Griffier hoeveel "achterstallig marktgeld" Rimmen nog moet betalen over de periode dat hij afwezig was, om zijn rechten op de vaste plaats te behouden. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode probeerden de bezettingsautoriteiten de werkloosheid in Nederland te bestrijden door arbeiders naar Duitsland te sturen. Marktkooplieden die geen inkomsten hadden en aanspraak maakten op "steun" (sociale uitkering), werden door de Arbeidsbeurs vaak direct doorgeleid naar werk in de Duitse oorlogsindustrie of landbouw.
De afdeling Marktwezen in Amsterdam hield streng toezicht op de standplaatsen. Wie zijn plaats niet bemande, verloor normaal gesproken zijn rechten. Dit document toont aan dat er een regeling werd getroffen voor degenen die door de oorlogsomstandigheden (zoals werken in Duitsland) hun nering moesten staken. De administratieve molen van de gemeente Amsterdam draaide tijdens de bezetting gewoon door, waarbij nauwgezet werd bijgehouden wie waar recht op had en welke belastingen (marktgeld) er nog verschuldigd waren.