Ambtelijke notitie/verslag over standplaatsvergunningen op een markt.
Origineel
Ambtelijke notitie/verslag over standplaatsvergunningen op een markt. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/58/9194
DOORGEZONDEN: 21/8
[Hoofdtekst]
De plaats welke door Dekker voor zijn
zaak op de markt aan de Alb. Cuypstraat da-
-gelijks wordt ingenomen, is de plaats van
wijlen den koopman Werkendam. Deze koop-
man is, na geruimen tijd wegens ziekte
van de markt afwezig te zijn geweest, ± 3 à 4
weken geleden overleden. Mevr. Werken-
-dam, die thans steun geniet, wil van
deze plaats geen afstand doen.
De plaats voor de zaak van Dekker komt dus niet
vrij, althans voorloopig niet en kan diensgevolge
niet aan Dekker worden toegewezen.
Aangezien echter gedurende de laatste maanden tal
van marktplaatsen niet geregeld werden bezet, was
het mogelijk, zonder andere kooplieden te benadeelen,
Dekker en vele andere kooplieden, o.a. ook aan
de andere zijde [?] Blanker, Losser, plaatsen [?]
te laten waren, ? wordt.
[Aantekeningen in de marges]
* Rechtsboven (blauw): m.i. Insp Ju[r]
* Rechtsboven (rood): voor 25/8 '41
* Rechts (zwart): Hr. Mouhuiken / advies s.v.p.
* Rechts (paraf): [Onleesbaar] 27/8 '41
* Links (verticaal): 22-9-41 de kaze[?] Dit document is een ambtelijk advies betreffende de toewijzing van een standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Een zekere Dekker maakt momenteel gebruik van de plek van de onlangs overleden koopman Werkendam. Hoewel Dekker de plek definitief wil overnemen, weigert de weduwe (Mevr. Werkendam) afstand te doen van de rechten op de plaats, vermoedelijk omdat dit haar enige bron van inkomsten of recht op "steun" (sociale bijstand) waarborgt. De ambtenaar concludeert dat de plek niet aan Dekker kan worden toegewezen, maar merkt op dat door de vele onbezette plekken de afgelopen maanden, Dekker en anderen voorlopig gedoogd konden worden zonder andere kooplieden te hinderen. Het document is gedateerd in augustus 1941, een kritieke periode voor de Amsterdamse markten tijdens de Duitse bezetting. Vanaf september 1941 werden Joodse kooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten. De achternaam "Werkendam" is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam; het feit dat de koopman net is overleden en de weduwe "steun geniet" past in het beeld van de precaire situatie van Joodse marktfamilies in die zomer. Dit document illustreert hoe de reguliere bureaucratie rondom marktplaatsen doorliep, vlak voordat de grootschalige uitsluiting van Joodse Amsterdammers de marktstructuur definitief zou veranderen. M. No