Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 361
Dossier 27
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

19 september 1941. Van: Jozeph Messcher (geboren 3 november 1884, wonende Rapenburg 36 II, Amsterdam).

Origineel

19 september 1941. Jozeph Messcher (geboren 3 november 1884, wonende Rapenburg 36 II, Amsterdam). No. 72/56/4 M. 1941 2/10 AFSCHRIFT.

No. 71/41 L.M. 1941

VERZOEKSCHRIFT.

Ondergeteekende Jozeph Messcher, oud 56 jaar, geboren 3 November 1884 te Amsterdam, wonende Rapenburg 36 II te Amsterdam, ver- zoekt Uwe EdelAchtbare het volgende. Dat hij erkend zich op 24 Augustus jl. op onbehoorlijke wijze tegenover een contrôleur van het Marktwezen te hebben gedragen. Dat hij echter toen niet wist, dat genoemde contrôleur het recht had mij te arresteeren. Dat hij aan genoemde contrôleur de hem toegebrachte schade aan kleeding geldelijk heeft vergoed. Dat hij in verband met deze zaak nog een proces-verbaal heeft loopen, waarvoor hij zeer waarschijnlijk zal gestraft worden. Dat zijn laatste kind op 17 September jl. ge- trouwd is, zoodat hij thans en zijn vrouw in de grootste armoede verkeeren. Dat hij zeer veel spijt en berouw heeft over het ge- beurde. In verband waarmede hij aan Uwe EdelAchtbare beloofd dat zoo iets nooit meer zal plaats vinden. Hij verzoekt Uwe Edel Acht- bare beleefd doch dringend hem zijn vergunning (vent) terug te geven.

A'dam, 19 September 1941 Hoogachtend,

                           Uw dw.dn.

                           w.g. J. Messcher. *   **Taalgebruik:** Het verzoek is geschreven in een nederige, formele toon ("Uwe EdelAchtbare", "Uw dw. dn." [dienstwillige dienaar]). Er zitten enkele kleine grammaticale inconsequenties in, zoals de overgang van de derde persoon naar de eerste persoon ("had mij te arresteeren") en spellingen als "erkend" (tegenwoordige tijd).
  • Inhoud: Jozeph Messcher vraagt om clementie. Hij geeft toe dat hij zich op 24 augustus 1941 onbehoorlijk heeft gedragen tegen een controleur van het Marktwezen. Hij voert aan dat hij de materiële schade (kleding) al heeft vergoed en dat hij diep berouw heeft.
  • Argumentatie: De kern van het verzoek is de economische noodzaak. Nu zijn laatste kind is getrouwd, is de financiële steun weggevallen en verkeren hij en zijn vrouw in "de grootste armoede". De ventvergunning is zijn enige middel van bestaan. * Historische periode: Het document dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
  • Sociaal-economisch: Straathandel (venten) was in die tijd voor veel Amsterdammers uit de lagere sociale klassen een cruciale bron van inkomsten. Het intrekken van een vergunning betekende vaak directe armoede.
  • Locatie en Achternaam: De adreslocatie (Rapenburg) en de achternaam Messcher duiden erop dat de verzoeker zeer waarschijnlijk van Joodse afkomst was. In 1941 werden de leefomstandigheden en rechten van Joodse Amsterdammers door de bezetter stelselmatig ingeperkt. Hoewel het verzoekschrift een puur ambtelijke kwestie betreft (wangedrag tegenover een marktmeester), is de context van toenemende rechteloosheid en economische uitsluiting van de Joodse bevolking in Amsterdam in deze periode essentieel voor het begrijpen van de wanhoop in de toon van het schrijven.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het verzoek is geschreven in een nederige, formele toon ("Uwe EdelAchtbare", "Uw dw. dn." [dienstwillige dienaar]). Er zitten enkele kleine grammaticale inconsequenties in, zoals de overgang van de derde persoon naar de eerste persoon ("had mij te arresteeren") en spellingen als "erkend" (tegenwoordige tijd).
  • Inhoud: Jozeph Messcher vraagt om clementie. Hij geeft toe dat hij zich op 24 augustus 1941 onbehoorlijk heeft gedragen tegen een controleur van het Marktwezen. Hij voert aan dat hij de materiële schade (kleding) al heeft vergoed en dat hij diep berouw heeft.
  • Argumentatie: De kern van het verzoek is de economische noodzaak. Nu zijn laatste kind is getrouwd, is de financiële steun weggevallen en verkeren hij en zijn vrouw in "de grootste armoede". De ventvergunning is zijn enige middel van bestaan.

Historische Context

  • Historische periode: Het document dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
  • Sociaal-economisch: Straathandel (venten) was in die tijd voor veel Amsterdammers uit de lagere sociale klassen een cruciale bron van inkomsten. Het intrekken van een vergunning betekende vaak directe armoede.
  • Locatie en Achternaam: De adreslocatie (Rapenburg) en de achternaam Messcher duiden erop dat de verzoeker zeer waarschijnlijk van Joodse afkomst was. In 1941 werden de leefomstandigheden en rechten van Joodse Amsterdammers door de bezetter stelselmatig ingeperkt. Hoewel het verzoekschrift een puur ambtelijke kwestie betreft (wangedrag tegenover een marktmeester), is de context van toenemende rechteloosheid en economische uitsluiting van de Joodse bevolking in Amsterdam in deze periode essentieel voor het begrijpen van de wanhoop in de toon van het schrijven.