Dienstbrief / Ambtelijke melding.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke melding. [Linksboven:]
Aan den Heer bedrijfchef
der Centrale Markten
[Midden boven:]
W. de Haar
In
[Rechtsboven, deels in potlood:]
713.
controle rapport
19-9-’41
deHaar
[Hoofdtekst:]
Ondergeteekende brengt u het
volgende beleefd onder uw aandacht.
Iederen Zaterdag en Zondagavond is er levendige handel
in gerookte aal op het Haarlemmer Nassauplein ook op
andere plaatsen in de stad. Volgens mijn weten zijn er
maar enkelen welke een vergunning voor deze handel
hebben. Zou er geen marktgeld van deze andere
menschen zijn te vangen?
[Rechtsonder:]
A.dam 17 September ’41
Controleur
18.9 ’41 [onleesbare paraaf]
[Linksonder, administratieve aantekeningen:]
H. de Haar
kennis nemen.
[Paraaf]
Overgenomen in jorn. [journaal]
[Onderaan, groot referentienummer:]
№ 72/60/M. 1941 17/9 Dit document is een formele melding van een ambtenaar (W. de Haar) aan het hoofd van de Centrale Markten in Amsterdam. De schrijver rapporteert onregelmatigheden met betrekking tot de verkoop van gerookte aal tijdens de weekendavonden op het Haarlemmer- en Nassauplein.
De kern van de melding is tweeledig:
1. Handhaving: Er vindt "levendige handel" plaats door personen die waarschijnlijk geen vergunning hebben.
2. Fiscaal aspect: De schrijver vraagt zich expliciet af of er geen "marktgeld" (marktgelden/belasting) geïnd kan worden bij deze niet-vergunde handelaren. Dit duidt op een pragmatische blik: als de handel niet gestopt kan worden, moet de stad er in ieder geval aan verdienen.
De administratieve krabbels en stempels tonen aan dat het rapport serieus is genomen. Het is voorzien van een controlenummer (713), gedateerd voor opvolging (19-9-'41) en uiteindelijk opgenomen in een officieel journaal. Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan voedsel en goederen toe en werd de distributie steeds strenger gereguleerd.
De "levendige handel" in gerookte aal op straat, buiten de officiële markttijden en zonder vergunning, moet gezien worden in het licht van de opkomende zwarte handel of grijze markt. Gerookte aal was een gewild product. Hoewel de bezetter de regels aanscherpte, probeerde het Amsterdamse gemeentebestuur (zoals de Dienst der Marktwezen) de reguliere orde en inkomstenstromen zoveel mogelijk te handhaven. De locatie, het Haarlemmerplein en Nassauplein, lag aan de rand van de Jordaan, een buurt waar kleinschalige straathandel van oudsher diep geworteld was.