Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 462
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

10 juli 1942.

Origineel

10 juli 1942. Dienst der Publ.Werken.

A f s c h r i f t .
No.251.L.M.1942.
No.406 P.W.1942-

No.5542 Doss.36438 Bs.
Onderwerp: Te werk gestelde werkleiden bij het sneeuwruimen.
1 bijlage.

Amsterdam, 10 Juli 1942.

Bij dezen bericht ik U het volgende.

Zooals U bekend is, werden de werklieden van de afdeeling Bestratingen en van de Bestratingswerf in den afgeloopen winter te werk gesteld bij het sneeuwruimen. Tot 1942 is dit in perioden van sneeuwval niet geschied, de straatmakers en vrachtvaarders hadden dan vrij en ontvingen hun garantieloon geddurende de perioden, dat wegens vorst en/of sneeuw niet gewerkt kon worden. De hulpkrachten en de overige niet in tarief werkende werklieden van genoemde afdeelingen bleven verrichten in perioden van onwerkbaar weer bewakingsdiensten en bleven dis aan het werk.

de loone, welke aan de straatmakers en vrachtvaarders gedurende perioden van vorstverzuim werden uitbetaald werden ten laste van een afzonderlijke rekening geboekt, op welke rekening aan de creditzijde geboekt werden de bedragen, verkregen door het op tarief verdiende loon 4% te heffen ten laste van de werken. Gedurende jaren met zachte winters vertoonde genoemde rekening een batig saldo doch indien eenige strengere winters elkaar opvolgden, ontstond op deze rekening een belangrijk nadeelig saldo. Enkele malen is dit nadeelige saldo opgeheven door het over te boeken naar de onderhouds post van Bestratingen en wel op momenten, waarop te voorzien was, dat een blijvend deficit op genoemde rekening zou blijven bestaan; zoo is eenmaal een bedrgg van meer dan f 100.000,- overgeboekt, De stand van meergenoemde rekening was eind December 1941 een nadeelig saldo van f 28.741,10 voor Bestratingen en van f 3.681,35 voor de Bestratingswerf.

Blijkens de hierbijgaande opgave is echter tijdens de afgelope winterperiode een zeer belangrijk bedrag aan loonen tijdens de periode van vorstverzuim uitgegeven voor sneeuwruimen en de vraag rijstm op welke wijze deze bedragen moeten worden geboekt. Blijkens het voorgaande zou het geheel onjuist zijn, de bestede bedraggan voor sneeuwruimen ten laste van de rekening " verzuim bij onwerkbaar weer wegens vorst en sneeuwval " te brengen; immers het resultaat zou dan zijn, dat of een extra bedrgg nu moeten worden gevorderd om het tekort op de rekening op te heffen of dat dit bedrag weer geput zou worden uit den onderhoudspost van Bestratingen. In het eerste geval zou boekhoudkundig een onjuist beeld worden verkregen, aangezien, zooals uit het volgende blijkt, de diensten door straatmakers en vrachtvaarders ten deele voor een aantal instanties zijn verricht, die mede daardoor haar bedrijf konden gaande houden; in het tweede geval zou de staat van onderhoud van de straten beinvloed worden door strengere of zachtere winters, hetgeen naar mijn meening evamin juist zou zijn.

Het is m.i. dan ook noodzakelijk de kosten te boeken ten laste van de Diensten en Bedrijven, ten behoeve waarvan werkkieden van Bestrating en Bestratingswerf zijn werkzaam geweest.

p bijgaanden staat zijn de loonen inclusief algemeene kosten opgegeven, gesplits naar de verschillende instatnties, waarvoor het werk is verricht. De post sneeuwruimen P.W. heeft betrekking op het te werk stellen van werklieden, die in de kddaguren straatwerk moesten verrichten door het dichtstraten van sleuven bij storingen in gas- en waterleidingen, telefoon-en electriciteitskabels, doch des morgesn geen emplooy hadden; deze kosten dienen naar mijn meening op de rekening " verzuim bij onwerkbaar r weer wegens vorst en sneeuwval " te worden geboekt, evenals de kosten, welke betaald zijn in de vost periode waarin nog geen sneeuw te ruimen viel in de opstelling niet vermeld zijn. Door de Stadsreiniging, De Gemeente tram en het Marktwezen zijn bonnen verstrekt, waarop de in de staat aangegeven bedragen in rekening kunnen worden gebracht. De post Marktwezen (openen aardappelkuilen) deint mijns inziens uit het bijzondere crediet No.465 d.d. 12 December 1941 te worden besteden, waarvan de Directeur van het Marktwezen spreekt in zijn schrijven, mij toegezonden bij apostille No.319 P.W.d.d. 11 Mei 1942.

Ten sloote blijft nog over de post " Werken voor particulieren ( sneeuwruimen Spoorwegen) De hieraan bestede loonen vloeien voort uit de werkzaamheden op de emplacementen ten behoeve van wagons aardappelen en brandstoffen. Uw ambtgenoot voor de Levensmiddelen ware om advies te vragen ten aanzien van de aanwijzing vaan een crediet waaruit deze kosten kunnen worden bestreden. Dit document is een ambtelijke correspondentie (een afschrift) van de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam, gedateerd op 10 juli 1942. De kern van de brief betreft een boekhoudkundig probleem: hoe de loonkosten van straatmakers en vrachtvaarders moeten worden verwerkt die tijdens de winter van 1941-1942 zijn ingezet voor sneeuwruimen.

De auteur stelt dat het onjuist zou zijn om deze kosten te dekken uit het algemene fonds voor "vorstverzuim" (een soort verzekeringsfonds gebaseerd op een inhouding van 4% op het loon). Omdat de werklieden daadwerkelijk diensten hebben verricht voor andere gemeentelijke instanties (zoals de Gemeentetram, Stadsreiniging en het Marktwezen) en zelfs voor particuliere sectoren (Spoorwegen), beargumenteert de schrijver dat de kosten direct bij die afnemers in rekening moeten worden gebracht. Dit voorkomt dat het budget voor regulier straatonderhoud wordt uitgehold door een strenge winter.

In de tekst vallen diverse typefouten op (zoals "werkleiden", "geddurende", "loone", "bedrgg", "instatnties", "morgesn"), die karakteristiek zijn voor haastig getypte ambtelijke concepten of afschriften. De context van dit document is tweeledig: meteorologisch en historisch-politiek.

  1. De Winter van 1941-1942: Dit was een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. De extreme kou en sneeuwval zorgden voor enorme logistieke problemen. Dit verklaart waarom de Dienst der Publieke Werken besloot om, in tegenstelling tot voorgaande jaren, de straatmakers niet "vrij" te geven met een garantieloon, maar hen actief in te zetten om de infrastructuur begaanbaar te houden.
  2. Tweede Wereldoorlog: Nederland was in juli 1942 bezet door nazi-Duitsland. De brief hint naar de precaire voedselsituatie en brandstofvoorziening ("wagons aardappelen en brandstoffen", "openen aardappelkuilen"). Het draaiende houden van de markt en de spoorwegen was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad onder bezettingsomstandigheden. De verwijzing naar "Uw ambtgenoot voor de Levensmiddelen" onderstreept de nauwe samenwerking tussen verschillende stadsdiensten om de distributie van schaarse goederen te waarborgen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke correspondentie (een afschrift) van de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam, gedateerd op 10 juli 1942. De kern van de brief betreft een boekhoudkundig probleem: hoe de loonkosten van straatmakers en vrachtvaarders moeten worden verwerkt die tijdens de winter van 1941-1942 zijn ingezet voor sneeuwruimen.

De auteur stelt dat het onjuist zou zijn om deze kosten te dekken uit het algemene fonds voor "vorstverzuim" (een soort verzekeringsfonds gebaseerd op een inhouding van 4% op het loon). Omdat de werklieden daadwerkelijk diensten hebben verricht voor andere gemeentelijke instanties (zoals de Gemeentetram, Stadsreiniging en het Marktwezen) en zelfs voor particuliere sectoren (Spoorwegen), beargumenteert de schrijver dat de kosten direct bij die afnemers in rekening moeten worden gebracht. Dit voorkomt dat het budget voor regulier straatonderhoud wordt uitgehold door een strenge winter.

In de tekst vallen diverse typefouten op (zoals "werkleiden", "geddurende", "loone", "bedrgg", "instatnties", "morgesn"), die karakteristiek zijn voor haastig getypte ambtelijke concepten of afschriften.

Historische Context

De context van dit document is tweeledig: meteorologisch en historisch-politiek.

  1. De Winter van 1941-1942: Dit was een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. De extreme kou en sneeuwval zorgden voor enorme logistieke problemen. Dit verklaart waarom de Dienst der Publieke Werken besloot om, in tegenstelling tot voorgaande jaren, de straatmakers niet "vrij" te geven met een garantieloon, maar hen actief in te zetten om de infrastructuur begaanbaar te houden.
  2. Tweede Wereldoorlog: Nederland was in juli 1942 bezet door nazi-Duitsland. De brief hint naar de precaire voedselsituatie en brandstofvoorziening ("wagons aardappelen en brandstoffen", "openen aardappelkuilen"). Het draaiende houden van de markt en de spoorwegen was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad onder bezettingsomstandigheden. De verwijzing naar "Uw ambtgenoot voor de Levensmiddelen" onderstreept de nauwe samenwerking tussen verschillende stadsdiensten om de distributie van schaarse goederen te waarborgen.