Notulen van een vergadering.
Origineel
Notulen van een vergadering. 4 oktober 1937. N o t u l e n van de vier en vijftigste vergadering van de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen gehouden op Maandag 4 October 1937 te 2 ½ uur n.m.
A a n w e z i g : De Voorzitter: Dr.A.v.d.Laan; de Secretaris Mr.A.v.Praag; de leden Van 't Hek, Neeter, Presser en Cohen benevens de heer A.H.de Haer.
A f w e z i g met kennisgeving: het lid Seegers.
De agenda luidt:
1. goedkeuring notulen van de 53ste vergadering d.d. 30 Augustus 1937;
2. mededeelingen en ingekomen stukken;
3. nota van de heeren Cohen en Mr.Van Praag d.d. 6 September 1937 over het opkopersvraagstuk (den leden gezonden);
4. rondvraag.
De Voorzitter opent de vergadering en stelt punt 1 der agenda aan de orde:
goedkeuring notulen van de 53ste vergadering d.d. 30 Augustus 1937.
Deze worden ongewijzigd goedgekeurd.
De Voorzitter stelt vervolgens punt 2 der agenda aan de orde: mededeelingen en ingekomen stukken.
Spreker deelt mede, dat, naar aanleiding van een in de vorige vergadering door den heer Presser geuite klacht over het gebruik van de vervangingsvergunning van den venter Plas Sr. een onderzoek is ingesteld, waarbij is gebleken, dat Plas Sr. steun geniet en zijn ventvergunning (waarin ook de vervangingsvergunning wordt vermeld) sedert Februari 1937 ten kantore van het Marktwezen is gedeponeerd. Indien Plas Jr. dus vent, is hij in overtreding en wordt ongetwijfeld verbaliseerend opgetreden.
Vervolgens deelt spreker mede, dat overeenkomstig het advies van de Commissie gunstig is beschikt op een verzoek van D.Vuisje en afwijzend op een verzoek van J.Wezel. Dit document is een getypt verslag van een ambtelijke vergadering in Amsterdam uit 1937. De tekst is zakelijk en volgt een strikt protocol (presentielijst, agenda, puntsgewijze behandeling).
Opvallend is de handhaving rondom ventvergunningen. In de jaren '30, een periode van economische crisis, was straathandel streng gereguleerd. De casus rondom "Plas Sr." illustreert de koppeling tussen sociale bijstand ("steun") en het recht om te handelen: wie steun ontving, moest zijn vergunning inleveren ("deponeren"). Het feit dat een familielid (Plas Jr.) mogelijk illegaal de handel voortzet, wordt hier behandeld als een serieuze overtreding waarvoor proces-verbaal ("verbaliseerend opgetreden") wordt opgemaakt.
Tevens valt de samenstelling van de commissie en de genoemde verzoekers op. Veel namen (Cohen, Presser, Neeter, Vuisje, Wezel) zijn veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die van oudsher sterk vertegenwoordigd was in de ambulante handel (markt- en straatverkoop). De Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen adviseerde het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam over wie er op straat mocht verkopen. In de crisisjaren was de druk op de straathandel enorm; velen zochten hierin een uitweg uit de werkloosheid. De gemeente probeerde dit te beperken om "overbezetting" en oneerlijke concurrentie met winkeliers te voorkomen.
Dit document dateert van oktober 1937, een paar jaar voor de Duitse bezetting. Het biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de bureaucratische controle in vooroorlogs Amsterdam. Voor de Joodse bevolking in Amsterdam was de straathandel een cruciale economische pijler, die na 1940 door de bezetter stapsgewijs zou worden afgebroken via anti-Joodse verordeningen. De hier genoemde personen kunnen via archieven zoals het Stadsarchief Amsterdam of de Joodsche Raad-kaarten vaak nader geïdentificeerd worden in hun latere lotgevallen tijdens de oorlog.