Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 179
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie)

25 augustus 1942 Van: Joh. van Andel (gevestigd te Amsterdam, Roomstr. 66 I) Aan: Onbekend (geadresseerd als "Geachte Heer", waarschijnlijk een ambtenaar bij een distributie- of handelsinstantie) Dossier: 46

Origineel

Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie) 25 augustus 1942 Joh. van Andel (gevestigd te Amsterdam, Roomstr. 66 I) Onbekend (geadresseerd als "Geachte Heer", waarschijnlijk een ambtenaar bij een distributie- of handelsinstantie) (Marginale aantekeningen bovenaan)
Nº 46ª/390/2 N. 1042 26/10 [?]

A.dam 25/8- 42
Geachte Heer. [gevolgd door een handgeschreven notitie: Corn Vischvend?]

Beleefd maakt ondergeteekende Joh. van Andel
van deze gelegenheid gebruik u het volgende
te schrijven,
Toen ik de laatste maal bij u was, zij u mij
dat ik u op moet geven wat hoeveel aal
ik in 1940 had betrokken, hier bij zend ik
u ook een briefje van M. de Groot Vishandel
Monnikendam, nu ben ik in dat cijzoen
erg ziek geweest, en ben toen ook 3 Maande
onder behandeling geweest bij Dokter Kremer
op de Keizersgracht, zoo dat ik ongeveer
een half jaar geen zaken heb kunne doen
en bij gevolg in dat cijzoen toen niet zoo
veel aal heb om kunne zette,
Wel ben ik nu al meer dan 30 jaar on-
afgebroken in de Vischhandel, de laatste
20 jaar hoofdzakelijk in gerookte en ge-
zoute visch.
Op 't oogenblik ben ik mijn schoonzoon C.
Kooiman behulpzaam, die een zaak heeft voor in-
en verkoop van Goud en Zilver, omdat ik nu
van de handel in visch niet kan bestaan.
Verzoekt u beleefd of hij ook in aanmerking kan
komen voor een dubbelle toewijzing voor gerookte Aal
en gepelde garnalen Hoogachtend Joh. van Andel

(In de rechterkantlijn, verticaal geschreven)
(W- Joh. v. Andel)
Roomstr. 66 I
A. dam In deze brief rapporteert Joh. van Andel, een Amsterdamse vishandelaar, over zijn bedrijfsactiviteiten in het referentiejaar 1940. De ontvanger had hem gevraagd om opgave te doen van de hoeveelheid aal die hij in dat jaar had ingekocht. Van Andel verklaart dat zijn omzet in 1940 lager uitviel dan gebruikelijk vanwege een ziekteperiode van een half jaar, waarbij hij drie maanden onder behandeling stond van een arts op de Keizersgracht.

De schrijver benadrukt zijn dertigjarige ervaring in de vissector, waarvan de laatste twintig jaar gespecialiseerd in gerookte en gezouten vis. Vanwege de slechte economische omstandigheden in de vissector op dat moment (1942), geeft hij aan dat hij momenteel zijn schoonzoon assisteert in diens goud- en zilverhandel om het hoofd boven water te houden. De brief eindigt met een formeel verzoek om een "dubbele toewijzing" van gerookte aal en gepelde garnalen, wat cruciaal was voor de voortzetting van zijn nering onder het toenmalige distributiestelsel. De brief is geschreven in augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en een streng distributiesysteem. Handelaren moesten hun eerdere verkoopcijfers (vaak die van 1940, het laatste relatief 'normale' jaar) overleggen om in aanmerking te komen voor toewijzingen van schaarse goederen zoals vis.

De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen die door zowel de oorlogsomstandigheden als persoonlijke tegenslag (ziekte) hun bedrijfsvoering zagen wankelen. Het feit dat hij uitwijkt naar de handel in goud en zilver is tekenend voor de informele economie en de zoektocht naar waardevaste goederen in oorlogstijd. De spelling in de brief (zoals "cijzoen" voor seizoen) wijst op een schrijver die fonetisch spelt, wat typerend is voor de lagere middenstand uit die tijd. C.

Samenvatting

In deze brief rapporteert Joh. van Andel, een Amsterdamse vishandelaar, over zijn bedrijfsactiviteiten in het referentiejaar 1940. De ontvanger had hem gevraagd om opgave te doen van de hoeveelheid aal die hij in dat jaar had ingekocht. Van Andel verklaart dat zijn omzet in 1940 lager uitviel dan gebruikelijk vanwege een ziekteperiode van een half jaar, waarbij hij drie maanden onder behandeling stond van een arts op de Keizersgracht.

De schrijver benadrukt zijn dertigjarige ervaring in de vissector, waarvan de laatste twintig jaar gespecialiseerd in gerookte en gezouten vis. Vanwege de slechte economische omstandigheden in de vissector op dat moment (1942), geeft hij aan dat hij momenteel zijn schoonzoon assisteert in diens goud- en zilverhandel om het hoofd boven water te houden. De brief eindigt met een formeel verzoek om een "dubbele toewijzing" van gerookte aal en gepelde garnalen, wat cruciaal was voor de voortzetting van zijn nering onder het toenmalige distributiestelsel.

Historische Context

De brief is geschreven in augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en een streng distributiesysteem. Handelaren moesten hun eerdere verkoopcijfers (vaak die van 1940, het laatste relatief 'normale' jaar) overleggen om in aanmerking te komen voor toewijzingen van schaarse goederen zoals vis.

De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen die door zowel de oorlogsomstandigheden als persoonlijke tegenslag (ziekte) hun bedrijfsvoering zagen wankelen. Het feit dat hij uitwijkt naar de handel in goud en zilver is tekenend voor de informele economie en de zoektocht naar waardevaste goederen in oorlogstijd. De spelling in de brief (zoals "cijzoen" voor seizoen) wijst op een schrijver die fonetisch spelt, wat typerend is voor de lagere middenstand uit die tijd.

Genoemde Personen 1

C.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Garnalen Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen