Ambtelijke notitie / intern advies.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern advies. 26 januari 1943. [Bovenmarge, links:]
(doorgehaald: onleesbaar)
(doorgehaald: H.R. Röhler)
[Bovenmarge, rechts:]
46/920/2 '42 A/ M.v.C.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van het bij mij met Uw
brief d.d. 28 Dec j.l. no 34018/10/hyl om advies gezonden
stuk, heb ik de eer U het volgende te berichten.
H.R. Röhler, Jansplein 27, alhier,
[met rood omcirkeld: haring - kleinhandelaar], is in het bezit van een ver-
gunning tot het verduurzamen van visch, zooals
[rood: vele] kleine handelaars in [rood onderstreept: haring] die waar-
schijnlijk [rood: wel] bezitten, zulks Indien aan het verzoek om
[erkenning?] zou worden voldaan, zou zulks aan anderen
niet kunnen worden geweigerd. Bovendien zijn klein-
handelaars thans in de gelegenheid op de afslag, al-
hier gezouten bliek te betrekken.
Op grond hiervan meen ik, dat het ver-
zoek [rood onderstreept: dient te worden afgewezen].
[Ondertekening:]
A. 26/1 '43 (w.g.) [onleesbaar, mogelijk v.d. Vegte] * Context: Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een advies over een vergunningsaanvraag van een Arnhemse ondernemer.
* Inhoud: H.R. Röhler, een visverkoper gevestigd aan het Jansplein 27 in Arnhem, heeft een verzoek ingediend (waarschijnlijk voor een specifieke uitbreiding van zijn bevoegdheden voor het verwerken van vis). De opsteller van dit document adviseert om dit verzoek af te wijzen.
* Argumentatie:
1. Precedentwerking: De ambtenaar stelt dat als dit verzoek wordt ingewilligd, men soortgelijke verzoeken van andere kleine handelaren ook niet meer kan weigeren.
2. Marktsituatie: Er wordt op gewezen dat handelaren reeds gezouten 'bliek' (kleine vis zoals jonge haring of sprot) kunnen inkopen bij de lokale visafslag, waardoor er geen noodzaak is voor extra vergunningen voor eigen verduurzaming.
* Annotaties: De rode correcties en onderstrepingen wijzen op een redactionele of controlerende stap in het proces. De term 'kleinhandelaar' is expliciet gemarkeerd om de status van de aanvrager in de hiërarchie van de voedselvoorziening te benadrukken. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse economie, en met name de voedselvoorziening, aan zeer strikte regels onderworpen. De bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties probeerden de productie en distributie volledig te beheersen via een vergunningenstelsel. Kleinhandelaren hadden vaak beperkte rechten vergeleken met groothandelaren of grotere verwerkingsbedrijven. Het verzoek van Röhler om zelf vis te mogen "verduurzamen" (bijv. roken of extra zouten) werd hier gewogen tegen het beleid om de centrale controle over schaarse goederen zoals vis te behouden en wildgroei aan kleine producenten te voorkomen. "Bliek" was in die tijd een belangrijke, relatief goedkope bron van eiwitten voor de stadsbevolking.