Handgeschreven verzoekschrift/brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/brief. 24 december 1943. Karel Zwaan H.J. zn. (Sumatrastraat 244-huis, Amsterdam-Oost). No. 46 6/308/1 M. 1943 27/n 655
AMSTERDAM 24.12. '43
MIJNHEER:
ONDERGETEEKENDE KAREL
ZWAAN H.J. ZN. SUMATRASTRAAT
244 HUIS AMSTERDAM. O VERZOEKT U
HIERMEDE OM EEN ONDERHOUD.
REDEN: VISCHTOEWIJZING VOOR
ZIJN ZOON KAREL ZWAAN KZN
WELKE TERUGGEKOMEN IS VAN DE
„LANDSTORM” NEDERLAND.
HOOGACHTEND:
K. Zwaan H.J. zn. [Signatuur]
[Aantekeningen in potlood/pen]:
* mi. Die = mnp.
* Oproepen 5-1-44 p 1/2 9 uur de boer * Zender: De brief is geschreven door Karel Zwaan senior, een bewoner van de Sumatrastraat in Amsterdam.
* Inhoud: De schrijver verzoekt om een persoonlijk gesprek ("onderhoud") met een niet nader genoemde autoriteit. Het doel van dit gesprek is het verkrijgen van een "vischtoewijzing" (waarschijnlijk een extra rantsoen of vergunning voor vis) voor zijn zoon, Karel Zwaan junior.
* Motivatie: Als rechtvaardiging voor dit verzoek voert de vader aan dat zijn zoon is teruggekeerd van de "Landstorm Nederland". Dit was een collaborerende militaire eenheid (onderdeel van de Waffen-SS) bestaande uit Nederlandse vrijwilligers. Het noemen van deze diensttijd suggereert dat de afzender verwachtte dat de loyaliteit van zijn zoon aan de bezetter zou leiden tot een voorkeursbehandeling of sociale steun.
* Administratieve verwerking: De aantekening linksonder ("Oproepen 5-1-44 p 1/2 9 uur") geeft aan dat het verzoek in behandeling is genomen en dat er een afspraak is ingepland voor 5 januari 1944 om 8:30 uur bij een zekere "de boer". Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit van bezet Nederland eind 1943. De schaarste aan voedsel dwong burgers tot het indienen van formele verzoeken voor basisbehoeften.
De vermelding van de Landstorm Nederland is historisch significant. Deze eenheid werd in 1943 opgericht, aanvankelijk voor territoriale verdediging, maar later ingezet voor actieve strijd. Vrijwilligers en hun families genoten vaak bepaalde privileges of extra rantsoenen (zoals de hier gevraagde vis) als beloning voor hun collaboratie. De brief illustreert hoe de ideologische keuze voor de bezetter direct verbonden was met de materiële overlevingsstrategie van het gezin tijdens de oorlogsjaren. De zakelijke en bijna ambtelijke toon van de brief onderstreept de normalisering van dit soort verzoeken binnen het toenmalige bureaucratische systeem.