Officieel rapport / Verzoekschrift.
Origineel
Officieel rapport / Verzoekschrift. 13 februari 1939. [Stempel/Typewerk bovenaan:]
№ 2B/22 / M. 1339 ½
R A P P O R T.
Mevr. J. Notenboom-Vet, oud 50 jaar, wonende Rustenburgerstraat 56 huis, verzoekt erkenning als kleinhandelaarster met groenten en fruit. Zy handelt vanaf 1935, heeft haar man F.P. Notenboom by het handelen geassisteerd en is in het bezit geweest van ventvergunning 25/137, waarmede zy het recht had met aardappelen, groenten en fruit te venten. Deze vergunning werd in Januari 1936 wegens wanbetaling ingetrokken. In Januari 1937 heeft de man het gezin verlaten en was Mevr. Notenboom genoodzaakt te trachten in haar onderhoud en dat van haar zoon te voorzien. Zy dreef nog eenigen tyd een winkeltje met groenten en fruit, heeft ongeveer een half jaar steun getrokken, woonde vervolgens een jaar op een hovenhuis (van Juni 1937-Juni 1938) terwyl haar zoon in dien tyd ventte en zyn moeder onderhield, heeft vervolgens weer van Juni 1938-December 1938 een groentenzaakje gedreven in perceel Rustenburgerstraat 56 en trekt thans weer vanaf December 1938 steun. Zy werd namelyk door ambtenaren van de Nederl. Groenten-en Fruitcentrale geverbaliseerd omdat zy geen erkenningskaart bezit en men geen genoegen kon blyven nemen met een machtiging, haar door haar man verstrekt.
Den Heer Bedryfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam, 13 Februari 1939
[Handtekening]
Marktopzichter.
[Handgeschreven aantekeningen:]
Links: 14/2-’39 [Initialen]
Midden: Verklaring stempelen en doorzenden naar den Raad.
Onderaan midden: doorgezonden [?] 15-2-39 [?]
Rechtsonder: Accoord: 16-2-’39 [Initialen] Dit document is een rapport van de Marktopzichter van Amsterdam aan de Bedrijfschef van het Marktwezen. Het betreft de aanvraag van de 50-jarige Mevr. J. Notenboom-Vet om officieel erkend te worden als kleinhandelaarster in groenten en fruit.
Uit het rapport komt een beeld naar voren van een vrouw die in een precaire sociaal-economische positie verkeert:
1. Huwelijkse situatie: Haar man heeft het gezin in 1937 verlaten, waarna zij alleen verantwoordelijk werd voor haar eigen levensonderhoud en dat van haar zoon.
2. Beroepsverleden: Ze werkte al sinds 1935 in de handel, aanvankelijk met haar man onder zijn vergunning. Na het intrekken van die vergunning (wegens wanbetaling) en het vertrek van haar man, heeft ze op diverse manieren geprobeerd in haar onderhoud te voorzien (winkeltje, venten door zoon, tijdelijk wonen in een "hovenhuis").
3. Conflict met regelgeving: Ze is "geverbaliseerd" (beboet) door de Nederlandse Groenten- en Fruitcentrale omdat ze geen eigen erkenningskaart had. Ze werkte nog met een machtiging van haar (vertrokken) echtgenoot, wat wettelijk niet meer werd geaccepteerd.
4. Huidige status: Op het moment van schrijven trekt zij weer "steun" (een sociale uitkering), wat de noodzaak voor een officiële handelsvergunning vergroot om weer zelfvoorzienend te worden.
De handgeschreven aantekeningen onderaan suggereren dat haar verzoek positief is ontvangen: er wordt opdracht gegeven de verklaring te stempelen en door te sturen naar "den Raad", met een finaal "Accoord" op 16 februari 1939. Het document dateert van februari 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het weerspiegelt de strikte bureaucratie en marktregulering van die tijd. De "Nederl. Groenten- en Fruitcentrale" was een orgaan dat toezicht hield op de handel om de kwaliteit en prijzen te reguleren in een economisch lastige periode.
De vermelding van "steun" wijst op het toenmalige systeem van werklozenzorg, dat vaak gepaard ging met strenge controles. Voor vrouwen in die tijd was het economisch zelfstandig worden na het verlaten worden door een echtgenoot een enorme uitdaging, zeker wanneer vergunningen juridisch nog op naam van de man stonden. De Rustenburgerstraat in de Amsterdamse Pijp was destijds een typische volksbuurt waar veel kleine neringdoenden gevestigd waren.