Archiefdocument
Origineel
2 B/32/1 M. (handgeschreven)
extra (handgeschreven)
VP/G.
16 Maart 1939
31019 (doorgehaald)
1
Verzoek van Gebr. Los Zwyndrecht
inzake "opgeweekte erwten".
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 2 dezer om advies ontvangen stuk no. 140 L.M. 1939 heb ik de eer U te berichten, dat, ingevolge artikel 19 lid 1 van het Crisis-Tuinbouwbesluit 1939 I (K.B. d.d. 12 Januari 1939 S. 640) het opweeken van droge erwten is verboden. Krachtens artikel 20 lid 2 van voornoemd Besluit kan onder andere van het bepaalde in artikel 19 door de Kroon ontheffing worden verleend, al dan niet onder het stellen van voorwaarden (dit houdt onder andere verband met het verkoopen van "opgeweekte" droge erwten als versche erwten). Deze ontheffing is geregeld bij K.B. d.d. 17 Januari 1939 (no. 23) "Ontheffing Crisis-Tuinbouwbesluit 1939 I in zake opweeken droge erwten". Krachtens het bepaalde sub II in dit Besluit wordt aan eenigen fabrikant, wien in 1938 vergunning is verleend tot het opweeken van droge erwten ook voor het kalenderjaar 1939 vergunning verleend tot een door den Minister van Economische Zaken vast te stellen percentage van de hoeveelheid waarvoor de fabrikant in 1938 vergunning had. Dit percentage is voor dit jaar door den Minister op 100 gesteld, zoodat de fabrikanten in 1939 evenveel mogen opweeken als in 1938. De toegestane hoeveelheid is een percentage van de hoeveelheden, die door de fabrikanten in bepaalde "basis-jaren" werden opgeweekt.
Op grond van deze regeling verkreeg adressante vergunning tot het in 1939 opweeken van 20.000 kg gedroogde Het document is een ambtelijk advies of verslag betreffende een vergunningsaanvraag van de Gebroeders Los uit Zwijndrecht. Centraal staat de regelgeving rondom het "opweken van droge erwten". Dit was wettelijk verboden om te voorkomen dat goedkope, gedroogde erwten na opweking als (duurdere) verse erwten werden verkocht, wat werd gezien als een vorm van marktvervalsing of misleiding in een tijd van economische regulering.
Er wordt verwezen naar het Crisis-Tuinbouwbesluit 1939 I. De auteur legt uit dat er ontheffingen mogelijk zijn voor fabrikanten die reeds in 1938 een vergunning hadden. De Minister van Economische Zaken heeft voor 1939 het quotum vastgesteld op 100% van de hoeveelheid van het voorgaande jaar. Voor de firma Gebr. Los betekent dit concreet een toegestane hoeveelheid van 20.000 kg voor het jaar 1939. Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In de jaren '30 voerde de Nederlandse overheid een omvangrijk stelsel van crisiswetgeving in (zoals de Landbouwcrisiswet) om de nationale markt te beschermen en de distributie van levensmiddelen te reguleren.
Het "opweken" van erwten was een specifieke industriële activiteit waarbij gedroogde peulvruchten werden gerehydrateerd voor verwerking in conserven of directe verkoop. Vanwege de schaarste en prijsverschillen was dit strikt gereguleerd via contingenten (quota). De regio rond Zwijndrecht en Dordrecht was destijds een belangrijk centrum voor de groenteverwerkende industrie en conservenfabrieken, wat de aanwezigheid van dergelijke verzoeken in de lokale archieven verklaart.