Getuigenverklaring van politieagenten.
Origineel
Getuigenverklaring van politieagenten. 23 maart 1939. Ondergeteekenden, de agenten van
Politie Schomburg (468) en Pohlman
(660) verklaren dat Hendrik de Klerk
geboren te Amsterdam 4 September 1915.
bij hen bekend is als te zijn koopman in
aardappelen, groenten en fruit.
In het tijdvak 1932-1934 was hij dagelijks
als zoodanig op de markt Dapperplein te
Amsterdam aanwezig.
Amsterdam 23 Maart 1939
[Handtekening] W. Schomburg
[Handtekening] J. Pohlman Het document is een handgeschreven verklaring op gelinieerd papier, opgesteld door twee Amsterdamse politieagenten. De tekst is geschreven in een duidelijk, zakelijk handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw (met de kenmerkende dubbele 'e' in ondergeteekenden).
De essentie van het document is het verschaffen van een bewijs van arbeidsverleden voor Hendrik de Klerk. De agenten bevestigen dat zij hem kennen als koopman in de periode 1932-1934 op de markt aan het Dapperplein (de Dappermarkt). Opvallend is dat de verklaring pas in 1939 is opgesteld, vijf jaar na de genoemde periode. Dit suggereert dat De Klerk deze verklaring nodig had voor een officiële instantie, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van een vergunning, een lidmaatschap van een gilde/bond, of mogelijk in het kader van mobilisatie of emigratie-papieren vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren '30 was het niet ongebruikelijk dat de politie dergelijke verklaringen afgaf. Wijkagenten hadden destijds een zeer nauw contact met de buurt en de lokale middenstand. Zij fungeerden vaak als officiële getuigen voor iemands "goede gedrag" of professionele status.
De Dappermarkt in Amsterdam-Oost, waarover gesproken wordt, was (en is) een van de drukste markten van de stad. Voor een jonge man als Hendrik de Klerk (die in 1932 pas 17 jaar oud was) was het werken als zelfstandig koopman een gangbare manier om in die crisistijd in zijn levensonderhoud te voorzien. De datum van het document, maart 1939, plaatst het in een historisch beladen periode: Europa stond aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de administratieve druk op burgers om hun status en verleden aan te tonen nam toe. Agenten Schomburg (nr. 468) en Pohlman (nr. 660); Hendrik de Klerk (geb. 1915).