Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). maar aangezien ik zomers mijn
behoeften hierin niet kan
verdienen, zou ik weer graag
in de aardap en groenten
willen handelen. Ik ben
in 't bezit van een markt-
standplaats en een vent-
vergunning. Niet gaarne zou
ik weer in de steun willen.
Ik ben 28 jaar en heb 2 kinderen
en aangezien ik een lichaams-
gebrek heb, zoodat ik niet tot
zwaar werk in staat ben,
verzoek ik u beleefd mijn
aanvraag te willen behan-
delen.
Hopende op uw welwillende
medewerking verblijf ik
intusschen.
Hoogachtend
J.G. Feldman
Alb Cuypstraat 169 II Amsterdam In deze brief doet J.G. Feldman een formeel verzoek aan een instantie (mogelijk de gemeente of een marktwezen-commissie) om weer te mogen handelen in aardappelen en groenten. De briefschrijver voert verschillende argumenten aan om zijn verzoek kracht bij te zetten:
- Economische noodzaak: Hij kan in de zomermaanden niet genoeg verdienen om in zijn levensonderhoud te voorzien.
- Bestaande papieren: Hij beschikt al over een marktstandplaats en een ventvergunning.
- Zelfredzaamheid: Hij benadrukt uitdrukkelijk dat hij niet afhankelijk wil zijn van "de steun" (werkloosheidsuitkering).
- Gezinssituatie: Hij is 28 jaar oud en heeft de zorg voor twee kinderen.
- Fysieke beperking: Hij maakt melding van een "lichaamsgebrek", waardoor hij fysiek niet in staat is om zwaar werk te verrichten. Handel drijven ziet hij als een haalbaar alternatief.
De toon van de brief is uiterst beleefd en respectvol, wat gebruikelijk was voor dergelijke verzoeken aan officiële instanties in die tijd. Het document geeft een inkijkje in de sociaaleconomische omstandigheden van een Amsterdamse bewoner in de eerste helft van de 20e eeuw. Het adres, Albert Cuypstraat 169, bevindt zich in het hart van de beroemde Albert Cuypmarkt, wat verklaart waarom de schrijver zich richt op de handel in groenten en aardappelen.
De term "de steun" verwijst naar de armoedezorg of werkloosheidsuitkering, die met name tijdens de crisisjaren van de jaren '30 een sterk stigma met zich meebracht. De spelling (zoals "zoodat" en "intusschen") duidt op het gebruik van de spelling-Marchant, die tot 1947 officieel was. De brief illustreert de strijd van kleine zelfstandigen of arbeiders met een beperking om buiten de bijstand te blijven en hun gezin te onderhouden via kleinschalige handel. J.G. Feldman Marktwezen