Archief 745
Inventaris 745-268
Pagina 314
Dossier 105
Jaar 1939
Stadsarchief

Zakelijke brief / correspondentie.

15 mei 1939. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage.

Origineel

Zakelijke brief / correspondentie. 15 mei 1939. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage. NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE


BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE

POSTREKENING No. 224314

Afdeeling: ERKENNINGEN.
Dict.vdH.- Typ.
636V.- BC.-

Den Heer A. B. Merens
van Zesenstraat 107 II
Amsterdam (O)

's-Gravenhage, 15-5-39.

L.S.

Wij kwamen in het bezit van Uw aanvraag om erkenning als aangeslotene E. bij onze Centrale.

Wij doen U bijgaand een aanvraagformulier toekomen, hetwelk U volledig ingevuld en ondertekend aan onze Centrale gelieve op te zenden. Tevens gelieve U twee pasfoto's bij te voegen, voorzien van Uw naam en adres aan de achterzijde.

Voor administratiekosten dient f. 1,-- gestort te worden op onze girorekening no. 224314 of per postwissel overgemaakt te worden.

Zoodra genoemd aanvraagformulier met foto's en Uw betaling in ons bezit zijn, zal over Uw toelating nader worden beslist.

Wij wijzen U erop, dat het noodzakelijk is dat met betrekking tot Uw opleiding in den handel in gewassen van den tuinbouw, de noodige bewijsstukken worden bijgevoegd.

Voor bewijsstukken kunnen in aanmerking komen:

a. Verklaring van het Gemeentebestuur, inhoudend, dat het aanvraagformulier naar waarheid is opgemaakt;
b. Verklaringen van personen of firma's waar U in dienst bent geweest, vermeldend den duur van het dienstverband en den aard der betrekking welke U bekleed hebt;
c. Verklaring van een Marktmeester, inhoudende, dat U de laatste 2 jaren onmiddellijk voorafgaande aan den datum van aanvrage rechtmatig tuinbouwgewassen op een publieke markt hebt verhandeld;
d. Verklaringen van veilingen, Vereenigingen van Handelaren, Kamers van Koophandel, inhoudende, dat U gedurende 2 jaren onmiddellijk voorafgaande aan den datum van aanvrage, in den betrokken handel in gewassen van den tuinbouw, die rechtmatig werd uitgeoefend, bent werkzaam geweest.

Hoogachtend,
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE.-

[handtekening]

N.B.
Telers van tuinbouwgewassen, die producten veilen, worden niet als handelaar aangemerkt.

Bijlage: 218-V.

16973 - '38 Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek tot erkenning binnen de georganiseerde groenten- en fruithandel in Nederland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" fungeerde hierbij als een regulerend orgaan dat toezag op de kwaliteit en legitimiteit van de handelaren die bij hen aangesloten waren.

De procedure voor erkenning was bureaucreatisch en streng:
1. Administratieve vereisten: Het invullen van formulieren, het aanleveren van pasfoto's en het betalen van leges (1 gulden).
2. Bewijs van vakbekwaamheid: Er werd nadrukkelijk gevraagd naar bewijsstukken van opleiding en ervaring (minimaal 2 jaar actieve handel).
3. Verificatie: De Centrale eiste officiële verklaringen van derden, zoals het gemeentebestuur, oud-werkgevers, marktmeesters of de Kamer van Koophandel.

Interessant is de expliciete "N.B." onderaan, die het onderscheid maakt tussen producenten (telers) en handelaren. Telers die hun eigen waar veilen, kregen niet automatisch de status van handelaar. Dit wijst op een strikte categorisering binnen de sector. Het jaar 1939 was een periode van grote economische en politieke spanning. In de Nederlandse land- en tuinbouw was er in de jaren '30 sprake van toenemende ordening en overheidsingrijpen (mede door de Crisis-Landbouwwet van 1933) om de markt te reguleren en prijzen te stabiliseren.

De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een van de organisaties die vorm gaven aan deze ordening. Kort na de datum van deze brief, tijdens de Duitse bezetting, zou deze structuur verder worden verstrakd onder de vlag van de zogenaamde "Bedrijfschappen".

Het adres van de ontvanger, Van Zesenstraat 107 te Amsterdam, bevindt zich in de Dapperbuurt (Amsterdam-Oost), een wijk die in die tijd veel kleine zelfstandigen en arbeiders huisvestte. De heer Merens probeerde hier waarschijnlijk zijn positie als rechtmatig handelaar te officialiseren om te kunnen blijven opereren in een steeds sterker gereguleerde markt.

Samenvatting

Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek tot erkenning binnen de georganiseerde groenten- en fruithandel in Nederland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" fungeerde hierbij als een regulerend orgaan dat toezag op de kwaliteit en legitimiteit van de handelaren die bij hen aangesloten waren.

De procedure voor erkenning was bureaucreatisch en streng:
1. Administratieve vereisten: Het invullen van formulieren, het aanleveren van pasfoto's en het betalen van leges (1 gulden).
2. Bewijs van vakbekwaamheid: Er werd nadrukkelijk gevraagd naar bewijsstukken van opleiding en ervaring (minimaal 2 jaar actieve handel).
3. Verificatie: De Centrale eiste officiële verklaringen van derden, zoals het gemeentebestuur, oud-werkgevers, marktmeesters of de Kamer van Koophandel.

Interessant is de expliciete "N.B." onderaan, die het onderscheid maakt tussen producenten (telers) en handelaren. Telers die hun eigen waar veilen, kregen niet automatisch de status van handelaar. Dit wijst op een strikte categorisering binnen de sector.

Historische Context

Het jaar 1939 was een periode van grote economische en politieke spanning. In de Nederlandse land- en tuinbouw was er in de jaren '30 sprake van toenemende ordening en overheidsingrijpen (mede door de Crisis-Landbouwwet van 1933) om de markt te reguleren en prijzen te stabiliseren.

De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een van de organisaties die vorm gaven aan deze ordening. Kort na de datum van deze brief, tijdens de Duitse bezetting, zou deze structuur verder worden verstrakd onder de vlag van de zogenaamde "Bedrijfschappen".

Het adres van de ontvanger, Van Zesenstraat 107 te Amsterdam, bevindt zich in de Dapperbuurt (Amsterdam-Oost), een wijk die in die tijd veel kleine zelfstandigen en arbeiders huisvestte. De heer Merens probeerde hier waarschijnlijk zijn positie als rechtmatig handelaar te officialiseren om te kunnen blijven opereren in een steeds sterker gereguleerde markt.

Kooplieden in dit dossier 3

Ewijk (kad.gem.Winssen)
Nieuwe Pekela
Oude Pekela