Ambtelijk rapport van de marktopzichter.
Origineel
Ambtelijk rapport van de marktopzichter. 24 juni 1939. № 213/94/M. 339 24/6
R A P P O R T .
E.G. Spruyt, oud 32 jaar, wonende Rombout Hogerbeetsstraat No 116 III, die erkenning verzoekt als kleinhandelaar met groenten en fruit, heeft sedert 1936, toen hy personeel was by zyn vader, de Centrale Markt niet meer bezocht. Hy bezit een ventvergunning, genummerd Serie 22 No 216, welke met onderbreking van eenige maanden in 1936/1937 vanaf het in werking treden van de ventverordening steeds haring en zuurwaren heeft aangegeven. Hy verklaart dan ook de laatste 2 jaren in het geheel niet meer met groenten en fruit, doch uitsluitend met haring gevent te hebben. Spruyt verklaart dat hy vanaf 1920 tot 1937 zyn vader, den kleinhandelaar E. Spruyt, die zyn bedryf in dat jaar staakte wegens ziekte, steeds geholpen te hebben. Voor zoover kan worden beoordeeld zyn de door de Nederl. Groenten-en Fruitcentrale gestelde vragen naar waarheid door Spruyt beantwoord.
Den Heer Bedryfschef Amsterdam, 24 Juni 1939
v/h Marktwezen.
[Handtekening]
Marktopzichter.
[Handgeschreven kanttekeningen onderaan:]
(Links): Gez: Verklaring stempelen en doorzenden naar den Raad.
(Midden): Accoord: 26-6-39 [paraaf]
(Rechts): Gezien 27/6-39 [paraaf] Dit rapport dient als bewijs of onderbouwing voor een aanvraag tot erkenning als officieel kleinhandelaar in groenten en fruit. De marktopzichter stelt vast dat de aanvrager, E.G. Spruyt, de afgelopen jaren (1937-1939) in de praktijk geen groenten meer heeft verkocht, maar zich heeft gericht op haring en zuurwaren. Desondanks wordt zijn jarenlange ervaring (vanaf 1920) in de zaak van zijn vader als relevante achtergrond genoteerd.
De kern van het rapport is het verifiëren van de integriteit van de aanvrager ten overstaan van de regelgevende instanties. De opzichter concludeert dat Spruyt de waarheid heeft gesproken. De handgeschreven notities onderaan duiden op een snelle administratieve afhandeling: binnen twee dagen na het opstellen van het rapport is er een akkoord en wordt het stuk doorgeleid naar de "Raad". Het document is representatief voor de verregaande regulering van de Nederlandse handel tijdens de crisisjaren dertig. De genoemde "Nederl. Groenten-en Fruitcentrale" (NGF) was een overkoepelend orgaan dat in de jaren '30 werd opgericht om de handel in tuinbouwproducten te beheersen en te kanaliseren. Zonder officiële erkenning en het voldoen aan lokale verordeningen (zoals de genoemde ventverordening) was het voor kleine ondernemers vrijwel onmogelijk om legaal hun waren te verkopen of in te kopen bij de Centrale Markt in Amsterdam. De datum, juni 1939, plaatst dit document in de laatste maanden van vrede voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarin economische controle door de overheid zeer strikt was. E. Spruyt E.G. Spruyt Marktwezen