Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 170
Dossier 106
Stadsarchief

Getypt rapport/mededeling.

14 en 15 januari 1942.

Origineel

Getypt rapport/mededeling. 14 en 15 januari 1942. 5e mededeeling omtrent de opdracht tot tewerkstelling
van een aantal Joodsche arbeiders op Zaterdag 10 Januari 1942.

Woensdag 14 Januari 1942.

Op Woensdag 14 Januari werden de gevallen behandeld van hen, die
zich bij vorige gelegenheden niet hadden gemeld en thans na een
hernieuwde opwekking van den Joodschen Raad verschenen.
Van deze groep ten getale van 74
werden afgekeurd 16 personen
werden goedgekeurd 22 personen
gaven op niet voor uitzending
in aanmerking te komen 36 personen
Voorts waren opgeroepen om hun legitimatiebewijs en hun
spoorbon in ontvangst te nemen de 122 arbeiders, die de beide
vorige dagen medisch waren goedgekeurd. Hiervan verschenen 101
personen, zoodat met de 22 personen, die op Woensdag 14 Januari
waren goedgekeurd, in totaal 123 personen voor het vertrek op
15 Januari werden aangewezen.
Voorts zond de Joodsche Raad een opwekking aan alle
mannelijke Joden in Amsterdam om, wanneer men geen werk of vaste
bezigheid had, dit onverwijld op te geven. In totaal werden
26000 circulaires verzonden (bijlage 12).

Donderdag, 15 Januari 1942

Van de 123 personen, die waren aangewezen om op dezen dag
naar Drenthe te vertrekken, verschenen aan het Centraal Station
108 personen. Voorts meldden zich nog 6 personen, die voor het
vorige transport waren aangewezen en toen verhinderd waren te
vertrekken. Deze werden aan de op 15 Januari aangewezen groep
toegevoegd.
Aan het Gewestelijk Arbeidsbureau werd door den Beauftragte
voor de Stad Amsterdam medegedeeld, dat voor de aanvulling der
Drentsche kampen die Joodsche arbeiders konden worden aangewezen,
die reeds in de werkverruiming waren en wegens de weersgesteldheid
niet konden werken, zoodat zij weder in ondersteuning zouden moeten
worden genomen. In overleg met de Directie van den Rijksdienst
voor de Werkverruiming werd het vertrek van deze arbeiders vast-
gesteld op Dinsdag 20 Januari 1942. * Administratieve nauwkeurigheid: Het document toont de bureaucratische precisie waarmee de Joodsche Raad de tewerkstelling bijhield. Er wordt exact gerapporteerd hoeveel mensen verschenen, hoeveel er werden afgekeurd en hoeveel er daadwerkelijk op de trein stapten.
* Massale oproep: De vermelding dat er 26.000 circulaires zijn verzonden naar alle mannelijke Joden in Amsterdam onderstreept de enorme schaal van de maatregel en de druk die op de Joodse gemeenschap werd uitgeoefend.
* Duitse aansturing: De vermelding van de 'Beauftragte voor de Stad Amsterdam' (de Duitse gevolmachtigde Hans Böhmcker) laat zien dat de operatie onder direct bevel van de bezetter stond, waarbij de Joodsche Raad als uitvoerend orgaan fungeerde.
* Werkverruiming: De tekst legt een link tussen de werkloosheidsbestrijding (de Werkverruiming) en de gedwongen tewerkstelling. Arbeiders die al in de werkverruiming zaten maar door het winterweer niet konden werken, werden direct 'beschikbaar' gesteld voor de kampen in Drenthe. Dit document stamt uit de periode januari 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland. Kort na de Wannsee-conferentie (20 januari 1942) werd de systematiek van de deportaties aangescherpt. De tewerkstelling in de Drentse kampen (zoals o.a. Mantinge, Kremboong en ook het vroege Westerbork) werd door de bezetter gepresenteerd als werkgelegenheidsproject, maar was in feite een voorstadium van de massale deportaties naar de vernietigingskampen in het Oosten die later dat jaar begonnen. De Joodsche Raad werd door de Duitsers gedwongen deze 'werkverruiming' administratief en organisatorisch te faciliteren, wat hen in een onmogelijke morele positie bracht.

Samenvatting

  • Administratieve nauwkeurigheid: Het document toont de bureaucratische precisie waarmee de Joodsche Raad de tewerkstelling bijhield. Er wordt exact gerapporteerd hoeveel mensen verschenen, hoeveel er werden afgekeurd en hoeveel er daadwerkelijk op de trein stapten.
  • Massale oproep: De vermelding dat er 26.000 circulaires zijn verzonden naar alle mannelijke Joden in Amsterdam onderstreept de enorme schaal van de maatregel en de druk die op de Joodse gemeenschap werd uitgeoefend.
  • Duitse aansturing: De vermelding van de 'Beauftragte voor de Stad Amsterdam' (de Duitse gevolmachtigde Hans Böhmcker) laat zien dat de operatie onder direct bevel van de bezetter stond, waarbij de Joodsche Raad als uitvoerend orgaan fungeerde.
  • Werkverruiming: De tekst legt een link tussen de werkloosheidsbestrijding (de Werkverruiming) en de gedwongen tewerkstelling. Arbeiders die al in de werkverruiming zaten maar door het winterweer niet konden werken, werden direct 'beschikbaar' gesteld voor de kampen in Drenthe.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode januari 1942, een cruciale fase in de Jodenvervolging in Nederland. Kort na de Wannsee-conferentie (20 januari 1942) werd de systematiek van de deportaties aangescherpt. De tewerkstelling in de Drentse kampen (zoals o.a. Mantinge, Kremboong en ook het vroege Westerbork) werd door de bezetter gepresenteerd als werkgelegenheidsproject, maar was in feite een voorstadium van de massale deportaties naar de vernietigingskampen in het Oosten die later dat jaar begonnen. De Joodsche Raad werd door de Duitsers gedwongen deze 'werkverruiming' administratief en organisatorisch te faciliteren, wat hen in een onmogelijke morele positie bracht.