Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 11
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

25 juli 1940. Van: M. de Haas, Weesperstraat 2 II, Amsterdam. Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 25 juli 1940. M. de Haas, Weesperstraat 2 II, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam, 25 Juli 1940.

№ 25/145/M.1940 26/7

Aan den Directeur
van het Marktwezen.

Mijnheer,

Met deze zou ik U vriendelijk willen ver-
zoeken of het niet mogelijk is dat mijn nummer (524)
van de marktplaats in de Albert Cuypstraat nog
een zekeren tijd kan verlengd worden, daar ik op
het oogenblik niet in staat ben deze plaats te bezetten
omrede ik als koopman in ongeregelde goederen
door de tijdsomstandigheden geen handel kan krijgen
en U begrijpt wel dat het voor mij erg is indien deze
plaats voor mij verloren gaat.

In afwachting op een gunstig antwoord,
zoo verblijf ik,

Hoogachtend,
M. de Haas.

Weesperstraat 2 II. In deze brief verzoekt de heer M. de Haas om een tijdelijke verlenging van zijn standplaatsvergunning voor de Albert Cuypmarkt (nummer 524). De kern van zijn argumentatie is dat hij momenteel zijn werk als "koopman in ongeregelde goederen" (handelaar in ongeregelde partijen of tweedehands goederen) niet kan uitoefenen.

De brief is opgesteld in een beleefde, formele toon ("vriendelijk willen verzoeken", "hoogachtend"). De schrijver benadrukt dat het verlies van de marktplaats voor hem "erg" zou zijn, wat wijst op de grote economische afhankelijkheid van deze plek voor zijn levensonderhoud. De ambtelijke stempel linksboven suggereert dat de brief op 26 juli 1940, de dag na verzending, is binnengekomen en geregistreerd door de betreffende gemeentelijke dienst. Dit document is geschreven slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting in mei 1940. De term "tijdsomstandigheden" in de brief is een direct eufemisme voor de gevolgen van de oorlog. De handel lag grotendeels stil door gebrek aan aanvoer, mobiliteitsbeperkingen en de algehele economische ontwrichting.

De sociaal-historische context van de afzender is eveneens van belang. De heer De Haas woonde aan de Weesperstraat 2. De Weesperstraat was het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel er in juli 1940 nog geen specifieke anti-Joodse maatregelen waren die het werken op de markt onmogelijk maakten (die volgden pas later in de bezetting), leefde deze gemeenschap al in grote onzekerheid. Het feit dat hij handelde in "ongeregelde goederen" was typerend voor de vele kleine zelfstandigen in deze buurt. Dit soort documenten biedt een indringende blik op hoe gewone Amsterdammers probeerden hun nering te behouden in de eerste chaotische maanden van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer M. de Haas om een tijdelijke verlenging van zijn standplaatsvergunning voor de Albert Cuypmarkt (nummer 524). De kern van zijn argumentatie is dat hij momenteel zijn werk als "koopman in ongeregelde goederen" (handelaar in ongeregelde partijen of tweedehands goederen) niet kan uitoefenen.

De brief is opgesteld in een beleefde, formele toon ("vriendelijk willen verzoeken", "hoogachtend"). De schrijver benadrukt dat het verlies van de marktplaats voor hem "erg" zou zijn, wat wijst op de grote economische afhankelijkheid van deze plek voor zijn levensonderhoud. De ambtelijke stempel linksboven suggereert dat de brief op 26 juli 1940, de dag na verzending, is binnengekomen en geregistreerd door de betreffende gemeentelijke dienst.

Historische Context

Dit document is geschreven slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting in mei 1940. De term "tijdsomstandigheden" in de brief is een direct eufemisme voor de gevolgen van de oorlog. De handel lag grotendeels stil door gebrek aan aanvoer, mobiliteitsbeperkingen en de algehele economische ontwrichting.

De sociaal-historische context van de afzender is eveneens van belang. De heer De Haas woonde aan de Weesperstraat 2. De Weesperstraat was het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel er in juli 1940 nog geen specifieke anti-Joodse maatregelen waren die het werken op de markt onmogelijk maakten (die volgden pas later in de bezetting), leefde deze gemeenschap al in grote onzekerheid. Het feit dat hij handelde in "ongeregelde goederen" was typerend voor de vele kleine zelfstandigen in deze buurt. Dit soort documenten biedt een indringende blik op hoe gewone Amsterdammers probeerden hun nering te behouden in de eerste chaotische maanden van de Tweede Wereldoorlog.