Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 6 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Handgeschreven bovenaan]: extra
25/148/4 H.
6 Augustus 1940.
Straf aan marktkoopman
P. Gootjes.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U afschriften te doen toekomen van op 31 Juli en 3 Augustus jl. door den controleur J.J.M. Bekkering van mijn dienst opgemaakte rapporten. Hieruit blijkt, dat de marktkoopman P. Gootjes, Ceintuurbaan 194 III, die een vaste plaats voor den verkoop van visch bezet op de markt Albert Cuypstraat, zich aldaar op 31 Juli jl. en op 3 Augustus jl. heeft schuldig gemaakt aan ernstig wangedrag. Terzake van de op 31 Juli jl. voorgevallen feiten heb ik Gootjes gestraft met ontneming van het recht om een plaats op de markten hier ter stede te bezetten voor den tijd van drie dagen, namelijk van 12 tot en met 14 Augustus a.s. Nu zich de bedoelde feiten evenwel op 3 Augustus jl. in nog ernstiger mate hebben herhaald acht ik het noodzakelijk, dat Gootjes voor geruimen tijd van de markten wordt geweerd. In dit verband diene nog, dat Gootjes voornoemd wegens wangedrag op de markt Albert Cuypstraat is ge-
[Handgeschreven in de kantlijn]: Ook reeds
straft met ontneming van het recht om een plaats op een der markten hier ter stede te bezetten voor den tijd van 3 tot en met 12 Augustus 1939.
Terzake van het op 3 Augustus jl. voorgevallene heb ik Gootjes voornoemd gestraft met ontneming van het recht om een plaats op een der markten hier ter stede te bezetten voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 8 tot en met 21 Augustus a.s.; zulks overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 39 van het Reglement op de Markten. Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat hij overeenkomstig het derde lid van bovenaangehaald artikel, in aansluiting op laatstbedoelde straf door Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van 6 maanden, zulks met ingang van 22 Augustus a.s.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief betreft een verzoek tot escalatie van een strafmaatregel tegen een visboer (P. Gootjes) op de Albert Cuypmarkt. Vanwege herhaald "ernstig wangedrag" binnen korte tijd, en een voorgeschiedenis van incidenten (zoals in 1939), stelt de directeur voor om de man voor zes maanden te schorsen.
* Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 39 van het 'Reglement op de Markten'. De directeur kan zelfstandig straffen opleggen tot een bepaalde grens (hier 14 dagen), maar voor een langdurige uitsluiting (6 maanden) is een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) nodig.
* Strafopbouw:
1. Incident 31 juli 1940: 3 dagen schorsing.
2. Incident 3 augustus 1940: 14 dagen schorsing (opgelegd door de directeur).
3. Voorgestelde vervolgstraf: 6 maanden (vanaf 22 augustus). * Tijdsbeeld: Het document dateert van augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratieve kwestie over marktorde lijkt, was de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' in oorlogstijd cruciaal vanwege de opkomende schaarste en distributie van voedsel.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De genoemde Ceintuurbaan ligt om de hoek, wat aangeeft dat de marktkoopman een buurtbewoner was.
* Administratieve cultuur: Het document weerspiegelt de strikte bureaucratische omgang met ordeverstoringen op openbare markten. De handgeschreven toevoeging "Ook reeds" bij de verwijzing naar de straf uit 1939 duidt op een dossieropbouw waarbij recidive zwaar werd meegewogen.