Handgeschreven brief (archiefstuk).
Origineel
Handgeschreven brief (archiefstuk). 13 Augustus 1940. Onbekende markthouder. Inspecteur Marktwezen (Amsterdam). Nº 25/153/26 M. 1940 14/8 13 Augustus 1940
Inspecteur marktwezen
Mijnheer,
Ik ontving verleden week
een brief, waarin mij
werd medegedeeld, dat
ik de dagelijksche markt in
de Albert Cuijpstraat te weinig
bezocht. Volgens de reglementen
moet ik 2 x per week komen
Ik heb ook 2 x per week gestaan
Hier schijnt een misverstand
te zijn, door de heeren
marktmeesters der straat.
Verleden week mocht ik
volgens de distributie en
Textiel regeling niet staan
en daarvoor ben ik Donderdag
en s’ Zaterdags steeds gestaan
U schreef mij, of ik a.s.
Woensdag bij u kon komen,
maar dat is mij onmogelijk.
wel Donderdags of Zaterdag In deze brief reageert een marktkoopman op een officiële berisping of waarschuwing van het Marktwezen. De centrale klacht is dat de schrijver te weinig aanwezig zou zijn op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De schrijver betwist dit en stelt dat er wordt voldaan aan de eis van twee marktdagen per week.
De kern van het verweer ligt bij een "misverstand" van de marktmeesters ter plaatse. De schrijver voert aan dat specifieke regelgeving rondom distributie en textiel de aanwezigheid op bepaalde dagen verhinderde, maar dat dit is gecompenseerd op donderdag en zaterdag. De brief eindigt met een reactie op een oproep voor een gesprek; de schrijver kan niet op de voorgestelde woensdag en doet een tegenvoorstel voor donderdag of zaterdag (dagen waarop hij waarschijnlijk al op de markt aanwezig is). De brief dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940. Dit verklaart de verwijzing naar de "distributie en Textiel regeling". Al zeer vroeg in de bezettingstijd werden goederen zoals textiel gerantsoeneerd en onder strikte distributieregels geplaatst om schaarste te beheersen.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in de bureaucratische controle op kleine ondernemers tijdens de oorlog, waarbij strikte handhaving van marktreglementen samenviel met de complexiteit van nieuwe oorlogstijd-verordeningen. Het toont de moeite die individuele handelaren moesten doen om hun standplaatsrechten te behouden in een tijd van toenemende regeldruk.