Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 367
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstkaart of officiële registratiekaart van de marktinspectie.

September - November 1940.

Origineel

Dienstkaart of officiële registratiekaart van de marktinspectie. September - November 1940. Linkerbovenzijde (stempel):
Nº 20/76/34 M. 1940

Linkerzijde (gedrukt en handgeschreven):
Opgeroepen per
(datum) 16 of 18 IX '40
(uur) 9 uur.
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Lindengracht
pl. 233
Gewaarschuwd 17-9-40.
Aan P. Winnik
Valkenburgerstraat 178 II

Rechterbovenzijde (notitie in handschrift):
Winnik heeft de gewoonte
om een paar stukjes goed
op een stal te leggen, en zoo
als ik voorbij ben, is hij vertrokken
m.i. is dit geen uitpakker.
[Initialen]

Rechterzijde (Aanteekeningen Inspecteur):
Aanteekeningen Inspecteur:
Zal voortaan
twee maal per week
plaats innemen.
18-10-40
H. de Wolff
Dekker [handtekening]

In cirkel (rechterzijde):
Indien hij op deze wijze
niet uitpakt, dan rapporteeren.
Plaats wordt dan ingetrokken.
20-10-40
Dekker
H. de Wolff OK

Rechtsonder:
H. de Wolff nogmaals
ter kennisneming
opb. P 6/11 '40
[Monogram/Handtekening] Dit document is een administratief verslag van de Amsterdamse marktinspectie uit het najaar van 1940. De kern van de zaak is dat de heer P. Winnik zijn toegewezen standplaats (nummer 233) op de markt aan de Lindengracht niet naar behoren gebruikt.

Uit de handgeschreven notitie blijkt dat Winnik probeert de regels te omzeilen: hij legt slechts enkele goederen neer ("een paar stukjes goed") om de schijn van aanwezigheid te wekken, maar vertrekt zodra de inspecteur uit het zicht is. De inspecteur concludeert dat hij geen echte "uitpakker" is (iemand die daadwerkelijk zijn handelswaar uitstalt voor verkoop).

Er volgt een waarschuwing en een afspraak op 18 oktober 1940 dat hij minimaal twee keer per week aanwezig moet zijn. Een latere notitie van 20 oktober verscherpt de sanctie: als hij niet fatsoenlijk "uitpakt", zal zijn vergunning voor de standplaats worden ingetrokken. Het document dateert van de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst zelf strikt over marktreglementen gaat, is de historische context van belang. De Valkenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt en de naam Winnik is een Joodse naam.

In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met het stapsgewijs beperken van de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers. Marktkooplieden werden streng gecontroleerd. Het "niet geregeld bezetten" van een plaats kon een reden zijn om de felbegeerde marktvergunning in te trekken, wat voor velen in die tijd de enige bron van inkomsten was. De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad, waar strikte regels golden voor aanwezigheid om de levendigheid van de handel te garanderen.

Samenvatting

Dit document is een administratief verslag van de Amsterdamse marktinspectie uit het najaar van 1940. De kern van de zaak is dat de heer P. Winnik zijn toegewezen standplaats (nummer 233) op de markt aan de Lindengracht niet naar behoren gebruikt.

Uit de handgeschreven notitie blijkt dat Winnik probeert de regels te omzeilen: hij legt slechts enkele goederen neer ("een paar stukjes goed") om de schijn van aanwezigheid te wekken, maar vertrekt zodra de inspecteur uit het zicht is. De inspecteur concludeert dat hij geen echte "uitpakker" is (iemand die daadwerkelijk zijn handelswaar uitstalt voor verkoop).

Er volgt een waarschuwing en een afspraak op 18 oktober 1940 dat hij minimaal twee keer per week aanwezig moet zijn. Een latere notitie van 20 oktober verscherpt de sanctie: als hij niet fatsoenlijk "uitpakt", zal zijn vergunning voor de standplaats worden ingetrokken.

Historische Context

Het document dateert van de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst zelf strikt over marktreglementen gaat, is de historische context van belang. De Valkenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt en de naam Winnik is een Joodse naam.

In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met het stapsgewijs beperken van de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers. Marktkooplieden werden streng gecontroleerd. Het "niet geregeld bezetten" van een plaats kon een reden zijn om de felbegeerde marktvergunning in te trekken, wat voor velen in die tijd de enige bron van inkomsten was. De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad, waar strikte regels golden voor aanwezigheid om de levendigheid van de handel te garanderen.

Locaties

Amsterdam (gezien de Lindengracht en Valkenburgerstraat).