Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 22
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Brief

18 maart 1941 Van: Waarschijnlijk een marktmeester of opzichter (gezien de ondertekening en inhoud) Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

Ambtelijk advies / Brief 18 maart 1941 Waarschijnlijk een marktmeester of opzichter (gezien de ondertekening en inhoud) De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam Advies op
No 22/1/3 dd 41 18/3

Den Hr Inspecteur
h/h Marktwezen
Alhier

Naar aanleiding van het e: verzoek van
M. v. d. Hoek, pl No 27 Bloemmarkt Alhier
bericht ik U het volgende.
Het is mij bekend dat v. d. Hoek behalve voor zijn
gezin, ook nog zijn moeder onderhoud.
v. d. Hoek thans werkzaam bij de Wehrmacht als
uitvoerder, verdient een goed loon, wat hij als
marktkooper thans zeker niet kan verdienen.
Gezien op andere markten aan vaste plaatshouders
gelegenheid wordt gegeven hun werk bij de Wehrmacht
te verrichten met door betaling van hun verschuldigde
marktgeld, kan m.i. het verzoek van v. d. Hoek worden
ingewilligd.

Amsterdam 18/3 41
[Handtekening] Dit document is een ambtelijk advies met betrekking tot de standplaats van een bloemenkoopman genaamd M. v. d. Hoek op de Amsterdamse Bloemenmarkt (waarschijnlijk de bekende markt aan het Singel).

De kern van de zaak is dat de heer Van der Hoek momenteel niet op de markt staat omdat hij werkzaam is als 'uitvoerder' voor de Wehrmacht (de Duitse krijgsmacht). De schrijver van het advies adviseert positief op een verzoek van Van der Hoek (waarschijnlijk om zijn standplaatsvergunning te behouden ondanks zijn afwezigheid).

De argumentatie hiervoor is drieledig:
1. Sociaal-economisch: Van der Hoek moet niet alleen zijn gezin, maar ook zijn moeder onderhouden.
2. Financieel: Zijn loon bij de Wehrmacht is aanzienlijk hoger dan wat hij momenteel op de markt zou kunnen verdienen.
3. Precedent/Beleid: Op andere markten wordt het vaste standplaatshouders ook toegestaan voor de Wehrmacht te werken, mits zij hun verschuldigde marktgeld (staangeld) blijven doorbetalen. Het document dateert van maart 1941, nog geen jaar na de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit van de bezetting.

Veel Nederlandse arbeiders en zelfstandigen zochten in deze periode werk bij Duitse instanties zoals de Wehrmacht of de Organisation Todt, vaak gedreven door economische noodzaak. De Amsterdamse marktmeester hanteert hier een pragmatische houding: zolang de stad haar inkomsten (het marktgeld) ontvangt, wordt de koopman de kans gegund elders meer te verdienen.

Opmerkelijk is dat er in deze fase van de bezetting blijkbaar al sprake was van een gevestigde praktijk waarbij marktkooplieden hun nering tijdelijk verruilden voor werk voor de bezetter, zonder hun rechten op de markt te verliezen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies met betrekking tot de standplaats van een bloemenkoopman genaamd M. v. d. Hoek op de Amsterdamse Bloemenmarkt (waarschijnlijk de bekende markt aan het Singel).

De kern van de zaak is dat de heer Van der Hoek momenteel niet op de markt staat omdat hij werkzaam is als 'uitvoerder' voor de Wehrmacht (de Duitse krijgsmacht). De schrijver van het advies adviseert positief op een verzoek van Van der Hoek (waarschijnlijk om zijn standplaatsvergunning te behouden ondanks zijn afwezigheid).

De argumentatie hiervoor is drieledig:
1. Sociaal-economisch: Van der Hoek moet niet alleen zijn gezin, maar ook zijn moeder onderhouden.
2. Financieel: Zijn loon bij de Wehrmacht is aanzienlijk hoger dan wat hij momenteel op de markt zou kunnen verdienen.
3. Precedent/Beleid: Op andere markten wordt het vaste standplaatshouders ook toegestaan voor de Wehrmacht te werken, mits zij hun verschuldigde marktgeld (staangeld) blijven doorbetalen.

Historische Context

Het document dateert van maart 1941, nog geen jaar na de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit van de bezetting.

Veel Nederlandse arbeiders en zelfstandigen zochten in deze periode werk bij Duitse instanties zoals de Wehrmacht of de Organisation Todt, vaak gedreven door economische noodzaak. De Amsterdamse marktmeester hanteert hier een pragmatische houding: zolang de stad haar inkomsten (het marktgeld) ontvangt, wordt de koopman de kans gegund elders meer te verdienen.

Opmerkelijk is dat er in deze fase van de bezetting blijkbaar al sprake was van een gevestigde praktijk waarbij marktkooplieden hun nering tijdelijk verruilden voor werk voor de bezetter, zonder hun rechten op de markt te verliezen.

Locaties

Amsterdam