Ambtelijk rapport/advies op een voorgedrukt formulier "Bijblad van: Alg. Zaken Model No. 14".
Origineel
Ambtelijk rapport/advies op een voorgedrukt formulier "Bijblad van: Alg. Zaken Model No. 14". 21 tot 29 april 1941. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. [onleesbaar] No. 24/1/3 1941
DOORGEZONDEN: 21/4-41.
[Rechtsboven:]
453
[Handgeschreven notities bovenaan:]
Oproepen 29-4-41 de Haan p 2/5 9 ½ u.
Th Dijkema advies 21-4-41 de Haan
[Hoofdtekst:]
Aan den Heer
Inspecteur,
M. i. niet aan dit verzoek voldoen.
Reden: Van deskundige zijde op het Amerveld
is mij verklaard, dat de vroegere sigarenhandelaren
van het Amerveld o.a. Frenkel, Model, Nebig enz
nog wel handel hebben, maar dit in Zuid-Limburg
tegen hooge prijs daar van de hand doen. Dat zij
opgeven geen handel te hebben, blijkt niet juist te zijn.
Amsterdam
23 April 1941
[get.] Th Dijkema
[Linksonder:]
P. L. Takstraat
J. Machielse belt over
sigaren op Amerveld.
[Rechtsonder:]
Z. O. Z.
[Paraaf/krabbel]
[Onderkant formulier:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een intern rechercheadvies binnen de Amsterdamse politie tijdens de Duitse bezetting. Inspecteur Th. Dijkema adviseert zijn superieur om een verzoek van Joodse sigarenhandelaren (mogelijk een vergunning voor handel of toewijzing van tabak) af te wijzen.
- De Handelaren: De genoemde namen (Frenkel, Model, Nebig) verwijzen naar bekende Joodse families en bedrijven in de Amsterdamse tabakssector (zoals J. Frenkel & Zoon en Nebig's Sigarenmagazijn).
- De Beschuldiging: De ambtenaar baseert zijn negatieve advies op onbevestigde verklaringen van "deskundige zijde". Hij beweert dat de handelaren liegen over hun gebrek aan voorraad en zich schuldig maken aan zwarte handel door hun waren tegen hoge prijzen te verkopen in Zuid-Limburg.
- Th. Dijkema: De ondertekenaar, Theodorus Dijkema, was een beruchte figuur binnen de Amsterdamse politie. Hij werkte nauw samen met de bezetter, onder andere bij de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, en speelde een actieve rol in de vervolging van Joden. Het document is opgesteld in april 1941, kort na de Februaristaking. In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds meer geïsoleerd en hun bedrijven stelselmatig onteigend of gesloten ("ariseringsproces").
Het "Amerveld" verwijst naar de wijk Asterdorp in Amsterdam-Noord. Dit complex, oorspronkelijk gebouwd als "woonschool" voor asociale gezinnen, werd door de bezetter aangewezen als verzamelplaats (een soort getto) voor Joden die uit hun eigen woningen waren gezet. Rapportages zoals deze dienden vaak als bureaucratische rechtvaardiging om Joodse ondernemers hun middelen van bestaan te ontnemen onder het voorwendsel van economische delicten. De notitie over "Zuid-Limburg" illustreert hoe de politie trachtte informele handelsnetwerken in kaart te brengen tijdens de toenemende schaarste in oorlogstijd.