Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 20 november 1941. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de Gemeente Amsterdam (ondertekend namens deze door Guepin). [Stempel linksboven in paars]: Nº 24/14/3 M.1941 [met handgeschreven toevoeging 24/11]
L.M.
24/4 (1941).
[Rechts]: 20 November 1941.
[Handgeschreven aantekening in het midden]: 97 / [Paraaf]
In antwoord op Uw schrijven van 20
October j.l. deel ik U mede, dat Uw lid
H.Goldberg tot het Joodsche ras behoort,
zoodat hij ingevolge de voorschriften niet
meer tot de weekmarkt op het Amstelveld
mag worden toegelaten.
HD
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Handgeschreven handtekening]: (get.) Guepin
het Bestuur van den
Nederlandschen Standwerkersbond
Door Samenwerking Verbetering",
Reitzstraat 27 hs.,
A_M_S_T_E_R_D_A_M(O). * Kernboodschap: De brief informeert de Standwerkersbond dat hun lid, H. Goldberg, niet langer toegelaten wordt tot de markt op het Amstelveld omdat hij als Joods is aangemerkt.
* Bureaucratische taal: De tekst is kort en zakelijk. Het feit dat iemand zijn broodwinning wordt ontzegd op basis van afkomst, wordt gepresenteerd als een simpele administratieve mededeling "ingevolge de voorschriften".
* Terminologie: Het gebruik van de term "Joodsche ras" weerspiegelt de nationaalsocialistische rassenleer die door de bezetter was opgelegd en door het Nederlandse overheidsapparaat werd overgenomen en uitgevoerd.
* Betrokken partijen: De brief toont de samenwerking (vrijwillig of gedwongen) tussen de gemeente Amsterdam en beroepsverenigingen bij het handhaven van anti-Joodse maatregelen. A.J. Guépin was een hoge ambtenaar binnen de Amsterdamse distributie- en marktorganisatie. Dit document stamt uit november 1941, een periode waarin de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven in Nederland in een stroomversnelling raakte. Na de registratie van Joden (begin 1941) volgden talloze verordeningen die hen verboden bepaalde beroepen uit te oefenen of openbare plaatsen te bezoeken.
De markten in Amsterdam, zoals die op het Amstelveld, waren van oudsher plekken waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. Met verordening 198/1941 en daaropvolgende lokale uitwerkingen werden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de reguliere markten verbannen. Ze werden vaak gedwongen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten", voordat de deportaties in 1942 begonnen. Dit document is een direct bewijs van de administratieve raderen die deze uitsluiting en uiteindelijke vernietiging faciliteerden.