Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 335
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief / Verzoekschrift gericht aan de Directeur Marktwezen.

22 april 1941 (gebaseerd op stempel). In de tekst wordt verwezen naar een uitstelperiode van 14 maart tot 26 april.

Origineel

Brief / Verzoekschrift gericht aan de Directeur Marktwezen. 22 april 1941 (gebaseerd op stempel). In de tekst wordt verwezen naar een uitstelperiode van 14 maart tot 26 april. No 25/35/2 M. 1941 22/4 [stempel]
Wel Ed Heer Directeur Marktwezen

Ondergetekende zou u het volgenden beleefd
willen verzoeken, door mij werd een uitstel
gevraagd op 14 Maart tot 26 April u.s voor
mijn vasten staanplaats Albertcuypstr
welke uitstel van bezetten van mijn
staanplaats, door u aan mij is ver-
leend, tot dien datum, op gronde
daar ik eerder mededeelde, daar door
de tijds omstandigheden, zeer moeilijk
of in t' geheel geen handel is, om
er mede naar de markt te kunnen
gaan, en tevens was ik door ziekte
verhindert, mijn vergunning voor
den verkoop van Textiel
goederen aan te vragen, maar heb deze
reeds aangevraagd, en tot heden
nog geen vergunning ontvangen
waar door het nu practisch onmo-
gelijk is, om eens handel te kunnen
koopen, nu hoop ik zelf dat deze ver-
gunning mij dan alsnog binnen de
kortst mogelijke tijd word . * De Afzender: Een marktkoopman/-vrouw met een vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De naam ontbreekt op dit blad (mogelijk op een vervolgvel of de achterzijde).
* Kern van de zaak: De schrijver heeft eerder uitstel gekregen om zijn/haar staanplaats niet te hoeven bezetten tot 26 april. Er wordt nu gevraagd om een voortzetting van deze situatie of er wordt uitgelegd waarom de handel nog niet is hervat.
* Argumentatie:
1. Economische malaise: Door de "tijdsomstandigheden" (de Duitse bezetting) is er nauwelijks handel mogelijk.
2. Gezondheid: Ziekte heeft de schrijver belemmerd in de administratieve afhandeling van zaken.
3. Bureaucratie: De schrijver wacht op een noodzakelijke vergunning voor de verkoop van textiel. Zonder deze vergunning is het onmogelijk om handel (voorraad) in te kopen.
* Taalgebruik: Formeel en eerbiedig ("Wel Ed Heer", "beleefd willen verzoeken"), passend bij de communicatie met overheidsinstanties in die tijd. De tekst bevat enkele spelfouten (bijv. "verhindert" in plaats van verhinderd, "korst" in plaats van kortst) die typerend zijn voor de geschreven volkstaal uit die periode. Dit document stamt uit april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "tijdsomstandigheden" waar de schrijver naar verwijst, duiden op de schaarste en de stringente regelgeving die door de bezetter was ingevoerd. Textiel was een van de eerste productgroepen die op de bon ging en waarvoor strikte distributieregels en vergunningen golden.

Voor marktkooplieden was het essentieel om hun 'vaste staanplaats' te behouden; als men zonder toestemming te lang afwezig was, kon men het recht op die plek verliezen. Dit verklaart de noodzaak voor dit formele verzoek om uitstel van de bezettingsplicht. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens de oorlogsjaren, waarbij zij te maken kregen met een combinatie van economische stagnatie, ziekte en bureaucratische hindernissen.

Samenvatting

  • De Afzender: Een marktkoopman/-vrouw met een vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De naam ontbreekt op dit blad (mogelijk op een vervolgvel of de achterzijde).
  • Kern van de zaak: De schrijver heeft eerder uitstel gekregen om zijn/haar staanplaats niet te hoeven bezetten tot 26 april. Er wordt nu gevraagd om een voortzetting van deze situatie of er wordt uitgelegd waarom de handel nog niet is hervat.
  • Argumentatie:
    1. Economische malaise: Door de "tijdsomstandigheden" (de Duitse bezetting) is er nauwelijks handel mogelijk.
    2. Gezondheid: Ziekte heeft de schrijver belemmerd in de administratieve afhandeling van zaken.
    3. Bureaucratie: De schrijver wacht op een noodzakelijke vergunning voor de verkoop van textiel. Zonder deze vergunning is het onmogelijk om handel (voorraad) in te kopen.
  • Taalgebruik: Formeel en eerbiedig ("Wel Ed Heer", "beleefd willen verzoeken"), passend bij de communicatie met overheidsinstanties in die tijd. De tekst bevat enkele spelfouten (bijv. "verhindert" in plaats van verhinderd, "korst" in plaats van kortst) die typerend zijn voor de geschreven volkstaal uit die periode.

Historische Context

Dit document stamt uit april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "tijdsomstandigheden" waar de schrijver naar verwijst, duiden op de schaarste en de stringente regelgeving die door de bezetter was ingevoerd. Textiel was een van de eerste productgroepen die op de bon ging en waarvoor strikte distributieregels en vergunningen golden.

Voor marktkooplieden was het essentieel om hun 'vaste staanplaats' te behouden; als men zonder toestemming te lang afwezig was, kon men het recht op die plek verliezen. Dit verklaart de noodzaak voor dit formele verzoek om uitstel van de bezettingsplicht. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens de oorlogsjaren, waarbij zij te maken kregen met een combinatie van economische stagnatie, ziekte en bureaucratische hindernissen.

Locaties

Amsterdam (Albert Cuypstraat).