Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 359
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte officiële brief of doorslag (met handgeschreven aantekening).

25 maart 1941 (met verwijzing naar 23 februari 1941).

Origineel

Getypte officiële brief of doorslag (met handgeschreven aantekening). 25 maart 1941 (met verwijzing naar 23 februari 1941). [linksboven:]
HG.

25/39/2 M.

[midden boven, handgeschreven:]
Extra

[rechtsboven:]
25 Maart 1941.

[links:]
Albert Cuypstraat
en Uilenburg.

[rechts:]
den Heer L. Hofman,
Jodenbreestraat 64 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

[midden:]
vrijstelling betaling marktgeld
Albert Cuypstraat en Uilenburg.

[onderaan rechts:]
Albert Cuypstraat en Uilenburg
23 Februari 1941

[onderaan midden:]
XXXXXXXXX Dit document is een administratieve kennisgeving of een doorslag van een besluit betreffende de vrijstelling van marktgeld. De code HG. duidt hoogstwaarschijnlijk op de gemeentelijke dienst 'Handels- en Marktwezen' van Amsterdam. De brief is gericht aan een standplaatshouder, L. Hofman, die woonachtig was in de Jodenbreestraat.

De kern van de brief is de vrijstelling van betaling voor de markten aan de Albert Cuypstraat en Uilenburg, specifiek met betrekking tot de datum 23 februari 1941. De kruisjes onderaan het document dienen vaak om de rest van de pagina ongeldig te maken of om het einde van de getypte tekst aan te geven op een doorslagformulier. De historische context van dit document is uiterst precair. Maart 1941 markeert de periode kort na de Februaristaking (25-26 februari 1941). De specifieke datum onderaan de brief, 23 februari 1941, was de tweede dag van de grote razzia's op het Jonas Daniël Meijerplein, waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt. In reactie op de onlusten en de razzia's was de Joodse wijk (waaronder de Jodenbreestraat en Uilenburg) door de Duitse bezetter afgesloten met prikkeldraad en ophaalbruggen.

Joodse marktkooplieden werden in deze periode in toenemende mate geweerd van de reguliere markten (zoals de Albert Cuyp) en beperkt tot specifieke markten in de Joodse wijk. Deze brief betreft de administratieve afwikkeling van marktgeld dat niet kon worden geïnd of niet verschuldigd was, omdat de marktkooplieden hun werkzaamheden op die turbulente en gewelddadige dagen in februari niet konden uitvoeren. De handgeschreven aantekening "Extra" zou kunnen wijzen op een bijzondere regeling die buiten de normale procedures viel vanwege de uitzonderlijke oorlogsomstandigheden.

Samenvatting

Dit document is een administratieve kennisgeving of een doorslag van een besluit betreffende de vrijstelling van marktgeld. De code HG. duidt hoogstwaarschijnlijk op de gemeentelijke dienst 'Handels- en Marktwezen' van Amsterdam. De brief is gericht aan een standplaatshouder, L. Hofman, die woonachtig was in de Jodenbreestraat.

De kern van de brief is de vrijstelling van betaling voor de markten aan de Albert Cuypstraat en Uilenburg, specifiek met betrekking tot de datum 23 februari 1941. De kruisjes onderaan het document dienen vaak om de rest van de pagina ongeldig te maken of om het einde van de getypte tekst aan te geven op een doorslagformulier.

Historische Context

De historische context van dit document is uiterst precair. Maart 1941 markeert de periode kort na de Februaristaking (25-26 februari 1941). De specifieke datum onderaan de brief, 23 februari 1941, was de tweede dag van de grote razzia's op het Jonas Daniël Meijerplein, waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt. In reactie op de onlusten en de razzia's was de Joodse wijk (waaronder de Jodenbreestraat en Uilenburg) door de Duitse bezetter afgesloten met prikkeldraad en ophaalbruggen.

Joodse marktkooplieden werden in deze periode in toenemende mate geweerd van de reguliere markten (zoals de Albert Cuyp) en beperkt tot specifieke markten in de Joodse wijk. Deze brief betreft de administratieve afwikkeling van marktgeld dat niet kon worden geïnd of niet verschuldigd was, omdat de marktkooplieden hun werkzaamheden op die turbulente en gewelddadige dagen in februari niet konden uitvoeren. De handgeschreven aantekening "Extra" zou kunnen wijzen op een bijzondere regeling die buiten de normale procedures viel vanwege de uitzonderlijke oorlogsomstandigheden.