Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 175
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Brief

5 september 1939 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst)

Origineel

Ambtelijk advies / Brief 5 september 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst) [Linksboven, gestempeld/getypt:]
vP/HG.

[Linksboven, handgeschreven/getypt:]
26/38/2 M.
1

[Rechtsboven, handgeschreven:]
[onleesbare paraaf]
Verzonden 5/9

[Rechtsmidden:]
5 September 1939.

[Linkermidden, onderwerp:]
Verzoek van J.A. Wagemakers
om patates frites te mogen
bakken op markten Dapper-
plein en Uilenburg.

[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 27 Juli
jl. om advies ontvangen stuk no.110/16 L.M.1939 heb ik de eer
U te berichten, dat mijnerzijds overwegende bezwaren bestaan,
om den adressant toestemming te verleenen tot het bakken van
patates frites op de markt Dapperplein. Zooals ik U onder ande-
re in mijn rapport d.d. 29 Juli jl. (No.20/20/2 M.) mededeelde,
heeft de ervaring geleerd, dat het bakken op de markt Dapper-
straat overlast voor de omgeving veroorzaakt. Op het Dapper-
plein werd voorheen aan twee kooplieden vergunning verleend om
er visch te bakken. Uitbreiding van het aantal bakvergunningen
wordt ontraden; het zal veeleer op den duur moeten worden inge-
krompen.

Op de Zondagsmarkt Uilenburg is bereids aan een koopman
toestemming verleend om patates frites te bakken, terwijl
waarschijnlijk ook de koopman Montezinos, op wiens verzoek
mijn bovenaangehaald rapport d.d. 29 Juli jl. betrekking had,
een dergelijke vergunning zal krijgen. Verdere uitbreiding van
het aantal bakvergunningen wordt ook voor deze markt onraadzaam
geacht.

Ik geef U mitsdien beleefd in overweging den adressant te
doen berichten, dat zijn verzoek niet voor inwilliging in aan-
merking kan komen.

De Directeur, Deze brief bevat een negatief advies van een gemeentelijk directeur aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen betreffende een aanvraag voor een standplaatsvergunning. De kern van het document is de regulering van straathandel en de beperking van "overlast" (geur, rook, drukte) veroorzaakt door het ter plaatse bakken van etenswaren.

De belangrijkste argumenten voor de afwijzing zijn:
1. Overlast: Ervaringen op de Dappermarkt tonen aan dat bakken hinder veroorzaakt voor de omgeving.
2. Beperkingsbeleid: Er is een streven om het aantal "bakvergunningen" juist te verminderen in plaats van uit te breiden. Op het Dapperplein zijn al twee visbakvergunningen, wat als het maximum wordt beschouwd.
3. Verzadiging: Op de markt in Uilenburg is al één vergunning verleend en staat een tweede (voor een zekere Montezinos) op het punt verleend te worden. Meer concurrentie of bakactiviteit wordt daar onwenselijk geacht.

De toon van de brief is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging"). Het document dateert van 5 september 1939, slechts vier dagen na de Duitse inval in Polen en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de internationale spanningen toont dit document het voortbestaan van de normale dagelijkse bureaucratie in Amsterdam.

De genoemde locaties zijn historisch belangrijk:
* Dapperplein: Een van de bekendste dagmarkten van Amsterdam in de Dapperbuurt.
* Uilenburg: Hier vond de bekende "Zondagsmarkt" plaats in de oude Joodse buurt van Amsterdam. De vermelding van "koopman Montezinos" (een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam) bevestigt dit sociale kader.

De opkomst van de "patates frites" als straatsnack was in deze periode nog volop in ontwikkeling, waarbij de overheid worstelde met de balans tussen handel en de hinder van frituurgeuren in dichtbevolkte stadswijken.

Samenvatting

Deze brief bevat een negatief advies van een gemeentelijk directeur aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen betreffende een aanvraag voor een standplaatsvergunning. De kern van het document is de regulering van straathandel en de beperking van "overlast" (geur, rook, drukte) veroorzaakt door het ter plaatse bakken van etenswaren.

De belangrijkste argumenten voor de afwijzing zijn:
1. Overlast: Ervaringen op de Dappermarkt tonen aan dat bakken hinder veroorzaakt voor de omgeving.
2. Beperkingsbeleid: Er is een streven om het aantal "bakvergunningen" juist te verminderen in plaats van uit te breiden. Op het Dapperplein zijn al twee visbakvergunningen, wat als het maximum wordt beschouwd.
3. Verzadiging: Op de markt in Uilenburg is al één vergunning verleend en staat een tweede (voor een zekere Montezinos) op het punt verleend te worden. Meer concurrentie of bakactiviteit wordt daar onwenselijk geacht.

De toon van de brief is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging").

Historische Context

Het document dateert van 5 september 1939, slechts vier dagen na de Duitse inval in Polen en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de internationale spanningen toont dit document het voortbestaan van de normale dagelijkse bureaucratie in Amsterdam.

De genoemde locaties zijn historisch belangrijk:
* Dapperplein: Een van de bekendste dagmarkten van Amsterdam in de Dapperbuurt.
* Uilenburg: Hier vond de bekende "Zondagsmarkt" plaats in de oude Joodse buurt van Amsterdam. De vermelding van "koopman Montezinos" (een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam) bevestigt dit sociale kader.

De opkomst van de "patates frites" als straatsnack was in deze periode nog volop in ontwikkeling, waarbij de overheid worstelde met de balans tussen handel en de hinder van frituurgeuren in dichtbevolkte stadswijken.