Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 292
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief/notitie.

3 oktober 1939. Van: J. Renz.

Origineel

Handgeschreven brief/notitie. 3 oktober 1939. J. Renz. Dapperstraat
3 Oct: 1939
Den Heer
Inspecteur

Dhr: J. Saksioni pl: no: 101 zijn verkoops art: is
pot en tuinplanten, en daar er meerdere koop-
lieden zijn in de Dapperstraat en Sumatra-
straat welke dezelfde handel hebben, en gere-
geld pot en tuinplanten verkoopen en
van hun plaats gebruik maken, zou ik
U in overweging willen geven het
verzoek om uitstel van plaatsbezetten,
niet toe te staan —

J. Renz De brief is een formeel verzoek van markthandelaar J. Renz aan de marktinspectie. Renz ageert tegen een verzoek van een collega, de heer J. Saksioni (standplaats nummer 101), die handelt in pot- en tuinplanten.

De schrijver voert aan dat er al voldoende aanbod is in de Dapperstraat en de nabijgelegen Sumatrastraat door handelaren die wél dagelijks aanwezig zijn ("geregeld [...] van hun plaats gebruik maken"). Renz verzoekt de inspecteur om Saksioni geen "uitstel van plaatsbezetten" te verlenen. In de context van de marktverordening betekende dit waarschijnlijk dat Saksioni zijn plek niet fysiek bezette, maar wel het recht erop wilde behouden. Renz ziet dit blijkbaar als ongewenste concurrentie of een onterecht privilege ten opzichte van de handelaren die dag in dag uit op de markt staan. Het document dateert van oktober 1939, een periode van grote economische en politieke spanning in Nederland tijdens de mobilisatie, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraatmarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad.

De naam Saksioni is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam; veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel. Hoewel de brief op het eerste gezicht een puur zakelijk-economisch geschil tussen marktlui lijkt over standplaatsrechten, krijgt de datum een wrange bijsmaak door de wetenschap dat Joodse handelaren minder dan twee jaar later door de bezetter van de reguliere markten zouden worden verbannen. Dit document illustreert de strikte reglementering en de onderlinge controle op de Amsterdamse markten in het interbellum.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van markthandelaar J. Renz aan de marktinspectie. Renz ageert tegen een verzoek van een collega, de heer J. Saksioni (standplaats nummer 101), die handelt in pot- en tuinplanten.

De schrijver voert aan dat er al voldoende aanbod is in de Dapperstraat en de nabijgelegen Sumatrastraat door handelaren die wél dagelijks aanwezig zijn ("geregeld [...] van hun plaats gebruik maken"). Renz verzoekt de inspecteur om Saksioni geen "uitstel van plaatsbezetten" te verlenen. In de context van de marktverordening betekende dit waarschijnlijk dat Saksioni zijn plek niet fysiek bezette, maar wel het recht erop wilde behouden. Renz ziet dit blijkbaar als ongewenste concurrentie of een onterecht privilege ten opzichte van de handelaren die dag in dag uit op de markt staan.

Historische Context

Het document dateert van oktober 1939, een periode van grote economische en politieke spanning in Nederland tijdens de mobilisatie, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraatmarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad.

De naam Saksioni is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam; veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel. Hoewel de brief op het eerste gezicht een puur zakelijk-economisch geschil tussen marktlui lijkt over standplaatsrechten, krijgt de datum een wrange bijsmaak door de wetenschap dat Joodse handelaren minder dan twee jaar later door de bezetter van de reguliere markten zouden worden verbannen. Dit document illustreert de strikte reglementering en de onderlinge controle op de Amsterdamse markten in het interbellum.

Locaties

Amsterdam (betreft de Dapperstraat).