Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 323
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Politierapport / Proces-verbaal betreffende economisch delict.

6 juli 1942.

Origineel

Politierapport / Proces-verbaal betreffende economisch delict. 6 juli 1942. [In de linkermarge, in rode inkt geschreven:]
Spoed. Ik geef U in overweging A.F. Koot op grond van het hierbij gerapporteerde voor onbepaalde tijd van de vischafslag uit te sluiten.
Is reeds voor onbep. tijd uitgesloten 14-7-42. [Paraaf]

[Hoofdtekst:]
No 46a/436/1 M. 1942 9/7 | C 13401. | 733

6 Juli 1942 Distr 1A
A.F. Koot
Amsterdam Prinsengracht 228
Vischhandelaar
Verkoop gefileerde aal en paling.

Controlen.
Hoogervorst 547

Op Zondag, den 5 den Juli 1942 is door mij, ondergeteekende, geconstateerd dat door A.F. Koot voornoemd gerookte gefileerde aal en paling telkens te verkoop aangeboden voor fl 1.10 p. 100 gram.
Op Maandag 6-7-42 is dit door mij nader onderzocht, waarbij bleek dat Koot zijn op de vischafslag gekochte aal en paling, toegewezen op Vrijdag den 3 den Juli 1942 niet rechtstreeks naar zijn winkel heeft gebracht om te verkoopen, maar eerst om 20 uur dien dag op de vischafslag per transport is gekomen, daar heeft gefileerd althans een gedeelte, en die vervolgens heeft verkocht op Zaterdag avond, en Zondag ’s middags.
Koot heeft hiermede art 9 en 2 van de Prijzenbeschikking en art 8 en art 11 overtreden van het 2e Uitvoeringsbesluit Vischbesluit 1941 n.l. niet met de toegewezen visch rechtstreeks naar zijn winkel gevoerd, en de goede orde en den toestand door de verkoop aal en paling, zij het via een tussenpersoon, boven de vastgestelde maximumprijs verkocht.
Ik heb Koot een proces-verbaal aangezegd, en van dit rapport een afschrift gezonden aan den Directeur van het Marktwezen te Amsterdam, teneinde de levering aan Koot te verbieden.

De Hoofd Sectie W.P.
[naam/handtekening, mogelijk Rende Smeding]
Wachtmeester
te
Amsterdam

Voor eensluidend afschrift
[Handtekening Hoogervorst] 547 Het document is een officieel rapport tegen vishandelaar A.F. Koot wegens het overtreden van de scherpe economische wetgeving tijdens de bezettingsjaren. Koot wordt beschuldigd van twee hoofdzaken:
1. Prijsopdrijving: Hij verkocht paling voor 1,10 gulden per 100 gram, wat aanzienlijk boven de toen geldende maximumprijs lag.
2. Onregelmatigheden in de logistiek: In plaats van de vis direct van de afslag naar zijn winkel te brengen (zoals verplicht), hield hij de partij achter om deze op ongebruikelijke tijden (het weekend) te verwerken en te verkopen, vermoedelijk om buiten het reguliere toezicht om hogere winsten te behalen (zwarte handel).

De sanctie was zwaar: de rode aantekening bevestigt dat Koot per 14 juli 1942 voor onbepaalde tijd werd uitgesloten van de visafslag, wat in feite een beroepsverbod betekende. Dit document stamt uit juli 1942, een periode van extreme schaarste en strikte prijsbeheersing door de Duitse bezetter en de Nederlandse Crisis Controle Dienst (CCD). Handhaving van maximumprijzen was cruciaal om de voedselvoorziening beheersbaar te houden en inflatie tegen te gaan.

Een bijzonder historisch detail is het adres van de betrokkene: Prinsengracht 228. Dit pand bevond zich direct naast het pand Prinsengracht 263-267, waar de familie Frank op exact de datum van dit rapport (6 juli 1942) onderdook in het Achterhuis. Dit document illustreert de hoge mate van politieactiviteit en economische controles in de directe omgeving van het schuiladres van Anne Frank in die bewuste week. De vishandel van Koot was een bekende zaak in de buurt van de Westermarkt.

Samenvatting

Het document is een officieel rapport tegen vishandelaar A.F. Koot wegens het overtreden van de scherpe economische wetgeving tijdens de bezettingsjaren. Koot wordt beschuldigd van twee hoofdzaken:
1. Prijsopdrijving: Hij verkocht paling voor 1,10 gulden per 100 gram, wat aanzienlijk boven de toen geldende maximumprijs lag.
2. Onregelmatigheden in de logistiek: In plaats van de vis direct van de afslag naar zijn winkel te brengen (zoals verplicht), hield hij de partij achter om deze op ongebruikelijke tijden (het weekend) te verwerken en te verkopen, vermoedelijk om buiten het reguliere toezicht om hogere winsten te behalen (zwarte handel).

De sanctie was zwaar: de rode aantekening bevestigt dat Koot per 14 juli 1942 voor onbepaalde tijd werd uitgesloten van de visafslag, wat in feite een beroepsverbod betekende.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1942, een periode van extreme schaarste en strikte prijsbeheersing door de Duitse bezetter en de Nederlandse Crisis Controle Dienst (CCD). Handhaving van maximumprijzen was cruciaal om de voedselvoorziening beheersbaar te houden en inflatie tegen te gaan.

Een bijzonder historisch detail is het adres van de betrokkene: Prinsengracht 228. Dit pand bevond zich direct naast het pand Prinsengracht 263-267, waar de familie Frank op exact de datum van dit rapport (6 juli 1942) onderdook in het Achterhuis. Dit document illustreert de hoge mate van politieactiviteit en economische controles in de directe omgeving van het schuiladres van Anne Frank in die bewuste week. De vishandel van Koot was een bekende zaak in de buurt van de Westermarkt.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26