Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 338
Dossier 23
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel rapport / ambtelijke notitie.

9 juli 1942.

Origineel

Officieel rapport / ambtelijke notitie. 9 juli 1942. A'dam 9 Juli 42

Muller v/h H. Drukker
Amsterdam Amstelveld 7
Vischhandel
Onderzoek toewijzing
zoetwatervisch.

Vervolg van Rapport C. n:o 2898.

Volgens de verklaringen, van S Rucha. K. Bies
J. Peper en Goudketting en Drukker hebben zij
sedert hun uitsluiting van de Gem. afslag slechts
één maal aal ontvangen, zoodat het wel zeker is,
gezien de groote hoeveelheid natte aal aanwezig
bij Muller, dat de hen toekomende portie's ook
door Muller ontvangen en verkocht wordt, hetgeen
v. i. z. toch niet de bedoeling kan zijn van de
verdeeling.
Bremke, voorheen Bies. Ten Katestraat en
Boon voorheen Hammelburg Willemsparkweg beiden
alhier ontvangen toewijzing op eigen naam.
Extra copie van Marktwezen te Amsterdam, het-
welk door Hr. Visscher doorgezonden zal worden.

P. Noordander
149

[Aantekening links onderaan:]
Copie 22-7-42
de Haan.
Deze zaak is door mij
met Hr. Muller besproken
Deze deelde mij mede
dat in de oude zaak [?]
onder zijn beheer, [onleesbaar] [onleesbaar]
[onleesbaar] dagen [onleesbaar]
ware. Daarin [onleesbaar] veranderd
Nader rapport volgt.
22-7-42 de Haan

[Aantekening rechts onderaan in rood potlood:]
Dik
daarna voorloopig bergen. Dit document is een vervolgrapport betreffende een onderzoek naar de distributie van zoetwatervis (specifiek aal) in Amsterdam. Een groep vishandelaren (Rucha, Bies, Peper, Goudketting en Drukker) klaagt dat zij, sinds hun uitsluiting van de Gemeentelijke visafslag, vrijwel geen aal meer ontvangen. Zij vermoeden dat de firma Muller (gevestigd aan het Amstelveld 7) hun rechtmatige porties ontvangt en verkoopt, gezien de grote voorraad die bij Muller aanwezig is.

Het rapport vermeldt ook dat andere handelaren, zoals Bremke en Boon, hun toewijzingen wel op eigen naam ontvangen. Een handgeschreven toevoeging van inspecteur De Haan van 22 juli 1942 meldt dat hij de zaak met de heer Muller heeft besproken en dat een nader rapport zal volgen. De rode aantekening "daarna voorloopig bergen" suggereert dat de zaak na de opvolging tijdelijk werd gearchiveerd. De datum van het document, 9 juli 1942, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De genoemde "uitsluiting van de Gem. afslag" en de namen van de klagers (zoals Drukker, Goudketting en Hammelburg, die veelal Joods waren) wijzen direct op de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

In deze periode werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven geweerd. Hun zaken werden vaak geliquideerd of onder beheer gesteld van "pro-Duitse" bewindvoerders of "Verwalters". De firma "Muller v.h. [voorheen] H. Drukker" lijkt hier een voorbeeld van een overgenomen of hernoemde Joodse zaak. De klacht gaat in essentie over de scheve herverdeling van schaarse goederen (vis) na de uitsluiting van de oorspronkelijke Joodse handelaren, waarbij de nieuwe machthebbers of beheerder (Muller) bevoordeeld lijken te worden. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van de onteigening en economische marginalisering van de Joodse bevolking tijdens de bezetting.

Samenvatting

Dit document is een vervolgrapport betreffende een onderzoek naar de distributie van zoetwatervis (specifiek aal) in Amsterdam. Een groep vishandelaren (Rucha, Bies, Peper, Goudketting en Drukker) klaagt dat zij, sinds hun uitsluiting van de Gemeentelijke visafslag, vrijwel geen aal meer ontvangen. Zij vermoeden dat de firma Muller (gevestigd aan het Amstelveld 7) hun rechtmatige porties ontvangt en verkoopt, gezien de grote voorraad die bij Muller aanwezig is.

Het rapport vermeldt ook dat andere handelaren, zoals Bremke en Boon, hun toewijzingen wel op eigen naam ontvangen. Een handgeschreven toevoeging van inspecteur De Haan van 22 juli 1942 meldt dat hij de zaak met de heer Muller heeft besproken en dat een nader rapport zal volgen. De rode aantekening "daarna voorloopig bergen" suggereert dat de zaak na de opvolging tijdelijk werd gearchiveerd.

Historische Context

De datum van het document, 9 juli 1942, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De genoemde "uitsluiting van de Gem. afslag" en de namen van de klagers (zoals Drukker, Goudketting en Hammelburg, die veelal Joods waren) wijzen direct op de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

In deze periode werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven geweerd. Hun zaken werden vaak geliquideerd of onder beheer gesteld van "pro-Duitse" bewindvoerders of "Verwalters". De firma "Muller v.h. [voorheen] H. Drukker" lijkt hier een voorbeeld van een overgenomen of hernoemde Joodse zaak. De klacht gaat in essentie over de scheve herverdeling van schaarse goederen (vis) na de uitsluiting van de oorspronkelijke Joodse handelaren, waarbij de nieuwe machthebbers of beheerder (Muller) bevoordeeld lijken te worden. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van de onteigening en economische marginalisering van de Joodse bevolking tijdens de bezetting.

Locaties

Amsterdam (Amstelveld 7).

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26