Handgeschreven ambtelijke brief of concept-brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief of concept-brief. 17 juni 1942 ($17/6 \ 1942$). A’dam, $17/6 \ 1942$.
N.V.C. $460/447/2$
Naar aanleiding van Uw
brief dd. 13 dezer $N^o \ 14628 \ S/We$
bericht ik U, dat ingevolge art
10 v. het Tweede Uitvoeringsbesluit
~~(kleinhandelaren)~~
v. het Visscherijbesluit 1941 slechts
met toestemming van of vanwege de
N.V.C. mogen laten rooken bij
een door de Centrale aangewezen
rookerij; met uw brief v.
20 mei 42 $N^o \ 9084$ kwam U
mij een opgave van de
rookers, die door de centrale
waren erkend; hierin komt
de naam v. Mevr. Harman Boogaart
niet voor, ~~zoodat Hoemel~~
Zij, volgens hare mededeeling een
eigen rookerij heeft aan den
Amstel (Amstel), waarvoor
zij sedert jaren vergunning heeft
v. de gemeente A’dam; op grond
van Uw vorenvermelden brief
is haar echter tot nu toe dezerzijds * Inhoud: De brief betreft de handhaving van de visserijregels tijdens de bezettingstijd. De afzender stelt vast dat volgens het 'Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941' vis alleen gerookt mag worden bij door de N.V.C. erkende rokerijen. Er is een specifiek geval aan de orde: Mevrouw Harman Boogaart exploiteert een rokerij aan de Amstel met een gemeentelijke vergunning, maar zij ontbreekt op de officiële lijst van de Centrale.
* Schrifttype: Een vlot, ambtelijk lopend schrift uit de jaren '40. Er zijn duidelijke correcties zichtbaar (doorhalingen), wat suggereert dat dit een concept of een kopie voor het archief is.
* Terminologie: Termen als "ingevolge art 10", "dd. 13 dezer" en "dezerzijds" zijn kenmerkend voor de formele correspondentie van die tijd. * Historische context: De brief dateert uit juni 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was de gehele voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd om zwarte handel te voorkomen en de export naar Duitsland te beheersen.
* De N.V.C.: De Nederlandsche Vis-Centrale was een door de bezetter ingesteld orgaan (onderdeel van de Rijkscommissie voor de Visscherij) dat toezicht hield op de gehele vissector. Particuliere ondernemers die voorheen autonoom werkten op basis van gemeentelijke vergunningen, werden nu onderworpen aan centrale, landelijke controle. De situatie van Mevr. Harman Boogaart illustreert de botsing tussen oude rechten (gemeente Amsterdam) en de nieuwe, centrale bezettingswetgeving. Harman Boogaart (Mevrouw) Gemeente Amsterdam