Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 446
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/circulaire.

5 november 1942. Van: Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Distributie, 's-Gravenhage.

Origineel

Officiële brief/circulaire. 5 november 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Distributie, 's-Gravenhage. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
2e ADELHEIDSTRAAT 300 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREK. 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN — TEL. 720080-772162 — INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE TELEFOON 722641

Afd. Verd. № 28651/447. 's-Gravenhage, 5 Nov. 1942
Betr. levering voorn en
blei A A N

                                    **Belanghebbenden.**

    Hiermede berichten wij U, dat de firma Visch-
    prins ten behoeve van de "Deutsche Wehrmacht"
    een vordering heeft loopen voor 25.000 (vijf-
    entwintigduizend) kg witvisch, welke moet
    worden ingeblikt.

    In verband hiermede dragen wij U op, alle voorn
    en blei, die U krijgt toegewezen, door te le-
    veren aan deze firma Vischprins, Station
    Restant Gorinchem.

    Wanneer bovengenoemd kwantum bereikt is, zult
    U van de Nederlandsche Visscherijcentrale
    bericht ontvangen, Uw leveringen aan deze
    firma te staken.

                            NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,

                            [handtekening]

                            Secretaris.

40682 - '42 - K 1186 Dit document is een dwingende opdracht van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan actoren in de visserijketen. De kernpunten zijn:

  1. Vordering: Er is een officiële vordering van 25.000 kg witvis (voorn en blei) uitgevaardigd. Een vordering in oorlogstijd betekent een gedwongen levering tegen vastgestelde prijzen.
  2. Eindgebruiker: De vis is expliciet bestemd voor de "Deutsche Wehrmacht" (het Duitse leger).
  3. Verwerking: De vis moet worden "ingeblikt" door de firma Vischprins. Inblikken was noodzakelijk om de vis houdbaar te maken voor transport naar het front.
  4. Logistiek: De levering moet geschieden via "Station Restant Gorinchem", wat suggereert dat de vis per spoor werd verzameld.
  5. Controle: De NVC treedt op als tussenpersoon en toezichthouder die bepaalt wanneer het quotum ("kwantum") is bereikt. De brief dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een distributieorganisatie die onder toezicht van de bezetter stond om de voedselvoorziening en export naar Duitsland te reguleren.

In deze fase van de oorlog werd de Nederlandse economie volledig ingeschakeld voor de Duitse Kriegswirtschaft. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met toenemende schaarste en distributiebonnen, werden grote hoeveelheden eiwitrijk voedsel zoals vis gevorderd voor de Duitse troepen. Voorn en blei (witvis) werden als minderwaardig beschouwd voor de verse consumptie door burgers, maar waren uiterst geschikt voor grootschalige conservering in blik voor militaire rantsoenen. Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezetter de Nederlandse middelen exploiteerde.

Samenvatting

Dit document is een dwingende opdracht van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan actoren in de visserijketen. De kernpunten zijn:

  1. Vordering: Er is een officiële vordering van 25.000 kg witvis (voorn en blei) uitgevaardigd. Een vordering in oorlogstijd betekent een gedwongen levering tegen vastgestelde prijzen.
  2. Eindgebruiker: De vis is expliciet bestemd voor de "Deutsche Wehrmacht" (het Duitse leger).
  3. Verwerking: De vis moet worden "ingeblikt" door de firma Vischprins. Inblikken was noodzakelijk om de vis houdbaar te maken voor transport naar het front.
  4. Logistiek: De levering moet geschieden via "Station Restant Gorinchem", wat suggereert dat de vis per spoor werd verzameld.
  5. Controle: De NVC treedt op als tussenpersoon en toezichthouder die bepaalt wanneer het quotum ("kwantum") is bereikt.

Historische Context

De brief dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een distributieorganisatie die onder toezicht van de bezetter stond om de voedselvoorziening en export naar Duitsland te reguleren.

In deze fase van de oorlog werd de Nederlandse economie volledig ingeschakeld voor de Duitse Kriegswirtschaft. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met toenemende schaarste en distributiebonnen, werden grote hoeveelheden eiwitrijk voedsel zoals vis gevorderd voor de Duitse troepen. Voorn en blei (witvis) werden als minderwaardig beschouwd voor de verse consumptie door burgers, maar waren uiterst geschikt voor grootschalige conservering in blik voor militaire rantsoenen. Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezetter de Nederlandse middelen exploiteerde.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26