Ambtelijk schrijven / memo.
Origineel
Ambtelijk schrijven / memo. 28 maart 1939. J. Renz, Marktopziener. De Heer Inspecteur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling). Dapperstraat 28 Maart 1939
Den Heer
Inspecteur
Bijgaand verzoek is mij niet recht duidelijk, ont-
heffing van plaatsbezetten wordt gevraagd door
Mevr: H. B. Matteman - de Groot, terwijl L.
Matteman de vaste plaatshouder is, zoodat iemand
ontheffing vraagt van datgene wat als gunst
is toegestaan (vrouw behulpzaam). Hierbij zou ik
U in overweging willen geven het verzoek van
niet uitstallen aan Mevr: Matteman - de Groot
toe te staan, echter geen ontheffing te willen
verleenen (van plaatsbezetting) aan L. Matteman
vaste plaatsh: no 57 -
Marktopz.
J. Renz In deze brief rapporteert de marktopziener J. Renz aan zijn superieur over een binnengekomen verzoek van het echtpaar Matteman. Het document belicht de strikte reglementering van de Amsterdamse markten in de jaren 30.
De kern van de kwestie is een juridisch-administratieve onzuiverheid: Mevrouw Matteman-de Groot vraagt ontheffing aan voor de verplichting om de marktplaats te bezetten. Echter, de officiële vergunninghouder van plaats no. 57 is haar echtgenoot, de heer L. Matteman. De opziener merkt scherp op dat zij ontheffing vraagt voor iets wat haar formeel slechts als 'gunst' is verleend (namelijk het recht om als echtgenote mee te mogen helpen).
De opziener adviseert een pragmatische maar strikte oplossing: sta de echtgenote toe om tijdelijk niet uit te stallen, maar verleen geen officiële ontheffing van de bezettingsplicht aan de eigenlijke plaatshouder (L. Matteman). Hiermee voorkomt de opziener dat er een precedent wordt geschapen waarbij de verantwoordelijkheid van de officiële vergunninghouder verwatert. De Dapperstraat is sinds 1910 een officiële dagmarkt in Amsterdam. In de jaren 30 gold er voor marktkramers een strikte bezettingsplicht: wie een vaste plaats had, moest deze ook daadwerkelijk innemen om te voorkomen dat schaarse marktruimte onbenut bleef. Alleen bij ziekte of zwaarwegende redenen kon ontheffing worden verleend.
Het vermelden van "vrouw behulpzaam" verwijst naar de regels van het Marktwezen, waarbij familieleden (vaak de echtgenote) aangetekend stonden als assistenten. Dit document is gedateerd op 28 maart 1939, een periode waarin de economische crisis nog voelbaar was en de regels voor marktkooplieden streng werden gehandhaafd om de orde en de inkomsten uit marktgelden te waarborgen. De zorgvuldige, ambtelijke formulering van opziener Renz typeert de bureaucratische controle op het marktwezen in die tijd.