Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 195
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke notitie of brief.

15 augustus 1909. Van: J. Renz (functie aangeduid als 'Marktopz.', waarschijnlijk Marktopziener). Aan: Den Heer Inspecteur.

Origineel

Ambtelijke notitie of brief. 15 augustus 1909. J. Renz (functie aangeduid als 'Marktopz.', waarschijnlijk Marktopziener). Den Heer Inspecteur. Dapperstraat 15 Aug: 1909

                                           Den Heer
                                           Inspecteur

Aangezien Dhr: L. v/d Zee pl:n: 113, reeds toe -
stemming heeft voor een assistent, zie schrijven
26/50/2, 23-12-'05, zou ik U in overweging willen
geven, het verzoek niet toe te staan -
Marktopz:
J. Renz In dit korte schrijven adviseert een functionaris, waarschijnlijk de marktopziener J. Renz, de marktinspecteur over een ingediend verzoek. Het verzoek betreft vermoedelijk de aanstelling van een (extra) assistent op standplaats nummer 113.

De schrijver wijst erop dat de huidige houder van die plek, de heer L. van der Zee, reeds toestemming heeft voor een assistent, gebaseerd op een eerdere beslissing uit december 1905 (gerefereerd als "schrijven 26/50/2"). Op basis hiervan luidt het advies om het nieuwe verzoek af te wijzen. De nadruk op de afwijzing wordt versterkt door de onderstreping van het woord "niet". De brief dateert uit 1909, de periode waarin de Dappermarkt in Amsterdam-Oost uitgroeide tot een van de belangrijkste markten van de stad (officieel werd het een dagmarkt in 1910). In deze jaren trachtte de gemeente de handel op straat strakker te reguleren.

Het toewijzen van standplaatsen en het reguleren van het aantal personen (kooplui en hun assistenten) dat per kraam mocht werken, was een belangrijk instrument om de orde en de eerlijke concurrentie op de markt te handhaven. De nauwkeurige verwijzing naar eerdere correspondentie en dossiernummers duidt op een goed ontwikkeld bureaucratisch systeem voor marktbeheer in Amsterdam aan het begin van de 20e eeuw.

Samenvatting

In dit korte schrijven adviseert een functionaris, waarschijnlijk de marktopziener J. Renz, de marktinspecteur over een ingediend verzoek. Het verzoek betreft vermoedelijk de aanstelling van een (extra) assistent op standplaats nummer 113.

De schrijver wijst erop dat de huidige houder van die plek, de heer L. van der Zee, reeds toestemming heeft voor een assistent, gebaseerd op een eerdere beslissing uit december 1905 (gerefereerd als "schrijven 26/50/2"). Op basis hiervan luidt het advies om het nieuwe verzoek af te wijzen. De nadruk op de afwijzing wordt versterkt door de onderstreping van het woord "niet".

Historische Context

De brief dateert uit 1909, de periode waarin de Dappermarkt in Amsterdam-Oost uitgroeide tot een van de belangrijkste markten van de stad (officieel werd het een dagmarkt in 1910). In deze jaren trachtte de gemeente de handel op straat strakker te reguleren.

Het toewijzen van standplaatsen en het reguleren van het aantal personen (kooplui en hun assistenten) dat per kraam mocht werken, was een belangrijk instrument om de orde en de eerlijke concurrentie op de markt te handhaven. De nauwkeurige verwijzing naar eerdere correspondentie en dossiernummers duidt op een goed ontwikkeld bureaucratisch systeem voor marktbeheer in Amsterdam aan het begin van de 20e eeuw.

Locaties

Dapperstraat Amsterdam.