Getypte brief met handgeschreven ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven ambtelijke kanttekeningen. 3 december 1942. Mevr. L. M. Happé-Witzen, Gerard Douplein 20, Amsterdam (Z). De Afdelingschef van de Markt Albert Cuypstraat, Amsterdam (Z). [Getypt gedeelte]
A M S T E R D A M 3 December 1942
Aan den WelEdl. Heer Afd. Chef
Markt Albert Cuypstraat
Amsterdam (Z)
WelEdl. Heer,
Ondergeteekende, Mevr. L. M. Happé-Witzen, wonende Gerard Douplein 20/' A.dam (Z), houdster van marktplaats, Alb. Cuypstr. voor perceel No 124, plaats No 276, verzoekt U beleefde aandacht voor het volgende.
Daar er op het oogenblik geen handel is, verzoekt, ondergeteekende U beleefd, of zij tijdelijk haar plaats niet behoeft te bezetten, zoodra er weer handel is hoop ik dan ook weer direct van mijn door U toe gewezen plaats te mogen bezetten.
Een dezer dagen, hoop ik ten Uw kantore, een goedgunstig antwoord van U te mogen ontvangen, inmiddels teeken ik
Hoogachtend,
[handtekening] L.M. Happé-Witzen
[Handgeschreven aantekeningen]
Linksboven (diagonaal): 25/2/2
Midden links: 3 mnd / marktgeld doorbetalen
Rechtsmidden: Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen alhier
Centraal onder: Mevr. Happé-Witzen, gedr. [?] handelt in huishoudelijke art. Moeilijke omstandigheden om dit artikel te verkrijgen, komt het mij gewenscht voor verzoekster v/h een ontheffing (3 mnd. b.v.) van staanverplichting te verleenen onder voorwaarde, dat het marktgeld geregeld wordt voldaan.
Linksonder: Tegen inwilliging verzoek (ten hoogste drie mnd. uitstel plicht bezetten) m.i. geen bezwaar. (zie rapport Chef marktafd.) 11-1-43 [naam onleesbaar, mogelijk De Boer]
Rechtsonder: 3/12 - 42 [onleesbare paraaf] Dit document illustreert de administratieve afhandeling van een nijpend probleem voor kleine ondernemers tijdens de bezettingsjaren: de schaarste aan goederen. Mevrouw Happé-Witzen verkocht huishoudelijke artikelen op de Albert Cuypmarkt, maar kon door de oorlogsomstandigheden geen voorraad meer krijgen.
Om haar vergunning voor standplaats No. 276 niet te verliezen, moest zij officieel ontheffing aanvragen voor de 'bezettingseis' (de plicht om daadwerkelijk met een kraam aanwezig te zijn). De ambtelijke molen reageerde pragmatisch: de ontheffing werd verleend voor drie maanden, mits zij de vaste lasten (het marktgeld) bleef doorbetalen. Dit toont aan dat de gemeente Amsterdam, ondanks de oorlog, de bureaucratische controle op de markten strak handhaafde. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) ontstond vanaf 1942 een groot tekort aan consumentengoederen omdat de productie gericht werd op de Duitse oorlogsindustrie en transportlijnen werden geblokkeerd. Voor markthandelaren in niet-voedselproducten, zoals de huishoudelijke artikelen van de afzender, werd het bijna onmogelijk om legaal aan handelswaar te komen.
De Albert Cuypmarkt was ook in die tijd de belangrijkste markt van Amsterdam. De strikte handhaving van staanplaatsen was noodzakelijk omdat de vraag naar plekken groot bleef, ondanks de tekorten. Het feit dat de brief pas op 11 januari 1943 definitief werd afgehandeld (ruim een maand na indiening), wijst op een traag maar gestructureerd ambtelijk apparaat tijdens de bezetting.