Handgeschreven brief (klachtbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (klachtbrief). 17 juni 1943. G. v.d. Broek, Albert Cuypstraat 194. [Marginale aantekening in rood/blauw potlood:]
Ingek. bespr. Dir.
Amsterdam 17.6.43
Mijnheer Directeur weet u
dat er smorgens op den markt
al den groenten onder elkaar
verkocht worden en dat den
kooplui van den albecuypstr
188 tot 222 toe dan met een
kleine hoe veelheid redijs
of soepgroenten gaan staan
op den staan plaats maar wat
zij dan nog over hebben
niet voor den vasten klanten
dinsdag stonden der vrouwen
om 7 uur al op wachten en op
Burgers en Co, ^tot^ 10 uur maar
den kar andijvie was al ver
kocht aan Mijnheer J Baars
en hij had een paar kisten
komkommers die konden den
vrouwen krijgen en zoo gaat
het met het vruit ook.
achten G. v d Broek albecuypst
194 De brief is een aangrijpend getuigenis van de dagelijkse overlevingsstrijd en de sociale spanningen in bezet Amsterdam. De schrijver, een buurtbewoner van de Albert Cuypstraat, beklaagt zich over corruptie en vriendjespolitiek op de lokale markt.
De kern van de klacht is dat marktkooplieden (gelegen tussen de nummers 188 en 222) hun waar niet eerlijk verdelen. Zij zouden slechts een kleine hoeveelheid "redijs" (radijs) of soepgroenten uitstallen voor de vorm, terwijl de rest van de voorraad buiten het zicht van de wachtende menigte wordt gehouden. De schrijver noemt een specifiek incident waarbij vrouwen urenlang in de rij stonden bij "Burgers en Co", waarna een complete kar andijvie onderhands werd verkocht aan een zekere "Mijnheer J Baars". De wachtende vrouwen moesten het doen met slechts enkele kisten komkommers. De schrijver eindigt met de verzuchting dat het met "vruit" (fruit) precies zo gaat. In juni 1943 was de voedselomstandigheid in Nederland door de Duitse bezetting zeer precair. Het distributiesysteem draaide op volle toeren, maar de officiële rantsoenen waren ontoereikend en de schaarste nam toe. Dit leidde tot een bloeiende zwarte markt en onderhandse handel.
De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een vitaal centrum voor de voedselvoorziening in de Pijp. Klachten over marktkooplieden die goederen "onder de toonbank" verkochten aan welgestelde burgers of opkopers waren schering en inslag. Dergelijke brieven aan de directeur van de markt of de voedselvoorziening waren voor burgers de enige manier om hun onmacht en woede over deze ongelijkheid te uiten. Het document illustreert de groeiende kloof tussen de officiële regels en de bittere realiteit op straat, ruim een jaar voor de Hongerwinter zou aanbreken. G. v.d. Broek Marktwezen