Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 305
Dossier 39
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / verzoekschrift.

4 oktober 1943. Van: J. Rens (vermoedelijk een markttoezichthouder of marktmeester).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / verzoekschrift. 4 oktober 1943. J. Rens (vermoedelijk een markttoezichthouder of marktmeester). (Bovenaan rechts)
4 Oct: 1943
Den Heer
Inspecteur

(Bovenaan links)
Alb: Cuypstraat

(Hoofdtekst)
Hierbij zou ik U in overweging willen geven,
het verzoek van Dhr: C. Kraayerveld, voor een vaste
plaats op de markt Alb: Cuypstraat, toe te staan,
aangezien hij bijna dagelijks een marktplaats
inneemt.

Verkoops art: rubber zolen enz: J. Rens

(Linkermarge, verticaal geschreven)
Vaste plaats mogelijk
per 1/11 '43.
Onger.
rubber-zolen
AS. J.

(Onderaan, in potlood/fletse inkt)
Onger. opgeroepen voor vaste pl.
per 8/10 '43. N.B. voor houten zolen is
vergunning nodig van het
rijksbureau Leder.
J bls De brief is een formele aanbeveling om een incidentele marktkoopman, de heer C. Kraayerveld, te promoveren naar een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. De reden hiervoor is dat hij reeds "bijna dagelijks" aanwezig is. De administratieve aantekeningen in de kantlijn en onderaan laten zien dat het verzoek snel is afgehandeld: op 8 oktober is hij opgeroepen en per 1 november 1943 is de vaste plaats toegekend.

Interessant is de specifieke vermelding van de handelswaar: rubberen zolen. In de kantlijn is onderaan een belangrijke restrictie toegevoegd betreffende houten zolen. Dit duidt op de schaarste aan materialen tijdens de oorlogsjaren. Dit document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (1943). Tijdens de bezetting was de handel in grondstoffen zoals rubber en leer strikt gereguleerd door de zogenaamde 'Rijksbureaus' (in dit geval het Rijksbureau voor Huiden en Leder). Omdat leer en rubber schaars waren voor de burgerbevolking, werden houten zolen ("kleppers") een veelvoorkomend alternatief, maar ook hiervoor was dus een officiële vergunning vereist. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een vitale plek voor de Amsterdamse voedsel- en goederenvoorziening, hoewel het assortiment door de distributie en schaarste steeds beperkter werd.

Samenvatting

De brief is een formele aanbeveling om een incidentele marktkoopman, de heer C. Kraayerveld, te promoveren naar een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. De reden hiervoor is dat hij reeds "bijna dagelijks" aanwezig is. De administratieve aantekeningen in de kantlijn en onderaan laten zien dat het verzoek snel is afgehandeld: op 8 oktober is hij opgeroepen en per 1 november 1943 is de vaste plaats toegekend.

Interessant is de specifieke vermelding van de handelswaar: rubberen zolen. In de kantlijn is onderaan een belangrijke restrictie toegevoegd betreffende houten zolen. Dit duidt op de schaarste aan materialen tijdens de oorlogsjaren.

Historische Context

Dit document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (1943). Tijdens de bezetting was de handel in grondstoffen zoals rubber en leer strikt gereguleerd door de zogenaamde 'Rijksbureaus' (in dit geval het Rijksbureau voor Huiden en Leder). Omdat leer en rubber schaars waren voor de burgerbevolking, werden houten zolen ("kleppers") een veelvoorkomend alternatief, maar ook hiervoor was dus een officiële vergunning vereist. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een vitale plek voor de Amsterdamse voedsel- en goederenvoorziening, hoewel het assortiment door de distributie en schaarste steeds beperkter werd.

Locaties

Amsterdam (verwijzing naar de Albert Cuypstraat).