Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 353
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

20 november 1939. Van: Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. Aan: Den Heer M. Peekel, Nw. Achtergracht 87, Amsterdam-C.

Origineel

20 november 1939. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. Den Heer M. Peekel, Nw. Achtergracht 87, Amsterdam-C. [Logo: Drie Andreaskruisen geflankeerd door gestileerde torens]
MARKTWEZEN AMSTERDAM DV.

[Handgeschreven in potlood bovenin:] Verzonden 20/11

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 26/74/2 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _

AMSTERDAM (W.) 20 November 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer M. Peekel
Nw. Achtergracht 87
Amsterdam - C.
Wijk 10.

Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om geregeld van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Dapperstraat gebruik te maken, behoort de inschryving op de sollicitantenlyst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.

Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 22 dezer te 9 uur te komen by den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

De Directeur,

[Onderschrift linksonder:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een officiële aanzegging van de dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam aan de heer M. Peekel. De kern van de zaak is dat de heer Peekel beschikt over een 'voorkeurskaart' voor de markt in de Dapperstraat, maar hier niet regelmatig gebruik van maakt. Ondanks een eerdere schriftelijke waarschuwing is zijn gedrag niet veranderd.

Op basis van artikel 10 van het Reglement op de Markten dreigt nu schrapping van de sollicitantenlijst. Een dergelijke lijst was essentieel voor marktkooplui om een vaste standplaats te bemachtigen of te behouden. De brief fungeert als een laatste oproep voor een hoorgesprek bij de Inspecteur voordat de definitieve beslissing tot schrapping wordt genomen. De brief dateert van 20 november 1939, een periode van grote onzekerheid. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog (die in september 1939 was uitgebroken), was de mobilisatie in volle gang en heerste er economische spanning.

De locatie van de geadresseerde, de Nieuwe Achtergracht, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De Dapperstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad, waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. De administratieve strengheid die uit deze brief spreekt, toont aan hoe strak de regulering van de markthandel was. In de jaren die volgden, onder de Duitse bezetting, zouden juist deze marktkooplui als een van de eerste groepen te maken krijgen met uitsluiting en vervolging door anti-Joodse maatregelen van de bezetter, waarbij de administratie van het Marktwezen een instrument van uitsluiting werd.

Samenvatting

Deze brief is een officiële aanzegging van de dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam aan de heer M. Peekel. De kern van de zaak is dat de heer Peekel beschikt over een 'voorkeurskaart' voor de markt in de Dapperstraat, maar hier niet regelmatig gebruik van maakt. Ondanks een eerdere schriftelijke waarschuwing is zijn gedrag niet veranderd.

Op basis van artikel 10 van het Reglement op de Markten dreigt nu schrapping van de sollicitantenlijst. Een dergelijke lijst was essentieel voor marktkooplui om een vaste standplaats te bemachtigen of te behouden. De brief fungeert als een laatste oproep voor een hoorgesprek bij de Inspecteur voordat de definitieve beslissing tot schrapping wordt genomen.

Historische Context

De brief dateert van 20 november 1939, een periode van grote onzekerheid. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog (die in september 1939 was uitgebroken), was de mobilisatie in volle gang en heerste er economische spanning.

De locatie van de geadresseerde, de Nieuwe Achtergracht, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De Dapperstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad, waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. De administratieve strengheid die uit deze brief spreekt, toont aan hoe strak de regulering van de markthandel was. In de jaren die volgden, onder de Duitse bezetting, zouden juist deze marktkooplui als een van de eerste groepen te maken krijgen met uitsluiting en vervolging door anti-Joodse maatregelen van de bezetter, waarbij de administratie van het Marktwezen een instrument van uitsluiting werd.