Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Jakes (Jacob) Boot, Havenstraat, Monnikendam. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst). [Stempel: № 27/38/3 M. 1939 19/5]
[Handgeschreven rechtsboven: m. Insp.]
M.dam 17 Mei 1939
Mijnheer de Directeur.
Ik heb vernomen dat er geen losse plaats
over is. Maar wanneer er iemand tussen
uit gaat op de Markt en er is een plaats open
zou ik dan niet in aanmerking kunnen komen
Als u zoo goed wil wezen om daar den dienstdoend-
doenden Marktambtenaar daar in kennes
van te stellen. dan ben ik ook klaar.
Ik betaal liever 75 cent. als 15 cent markgeld.
Want als ik staan in den Hazen breekstraat handel.
met 40.50 gulden. En ik moet s avonds weer
met f 20 gulden handel naar huis toe dat is
voor mijn ook niet alles. dat voelt uw wel.
Dan is mijn winst weg.
En ik ken den koopman niet betalen dat
is het ergst nog.
Dus Mijnheer uw denkt er maar eens
over. Het gaat ook om een hapje eten.
Jakes Boot
Havenstraat Monnikendan
Het is maar met 2 mandjes
gerookte paling * Taal en Spelling: De brief is geschreven in een persoonlijke, licht fonetische stijl die typerend is voor iemand met een praktische achtergrond in de vroege 20e eeuw. Opvallend zijn de archaïsche en dialectische vormen zoals "kennes" (kennis), "ken" (kan), en "uw" waar "u" bedoeld wordt. De schrijver herhaalt zichzelf per ongeluk ("dienstdoend-doenden") en gebruikt weinig interpunctie.
* Inhoud: De afzender, een palingverkoper, verzoekt om een vaste of betere standplaats op de markt. Hij voert een economisch argument aan: op zijn huidige plek (waarschijnlijk een minder drukke locatie zoals de 'Hazenbreekstraat') verdient hij te weinig. Hij geeft aan dat hij liever een hoger marktgeld betaalt (75 cent in plaats van 15 cent) voor een plek die meer omzet garandeert, omdat hij nu met de helft van zijn waar onverkocht naar huis gaat en daardoor zijn leverancier ("den koopman") niet kan betalen.
* Toon: De toon is beleefd doch dringend en getuigt van sociale kwetsbaarheid. De afsluitende zin "Het gaat ook om een hapje eten" benadrukt dat dit verzoek voor de schrijver een kwestie van puur overleven is. * Historische periode: Mei 1939. Nederland bevindt zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, maar de economische malaise van de jaren '30 is nog voelbaar. Voor kleine zelfstandigen was de strijd om een goede marktplek essentieel voor hun dagelijks brood.
* Lokale context: Monnikendam (afgekort als M.dam) staat historisch bekend om de palingvisserij en -rokerij. Jakes Boot is een kleine handelaar die letterlijk met "2 mandjes" zijn waar probeert te slijten.
* Marktwezen: In deze periode werd het marktwezen streng gereguleerd door de gemeente. Standplaatsen werden toegewezen en marktgelden werden geïnd door marktmeesters (de "Marktambtenaar" uit de brief). De brief geeft een zeldzaam inkijkje in de directe communicatie tussen een kleine burger en het lokale gezag. Marktwezen