Ambtsbrief / Dienstbrief (getypt)
Origineel
Ambtsbrief / Dienstbrief (getypt) 8 juni 1939 Onbekend (ondertekend namens "De Directeur", vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam) [Bovenaan, links van het midden:]
vP/HG.
[Bovenaan, handgeschreven:]
Extra
[Links:]
27/50/2 M.
1
[Rechts:]
8 Juni 1939.
[Links:]
Aanvraag uitstalvergunning
t.h.v. H. Weissmann.
[Rechts:]
den Heer Directeur der
Gemeentebelastingen,
Heerengracht 196,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw apostille No.1775 Bel.Pr.1939 d.d. 25 Mei jl. om advies ontvangen stuk heb ik de eer U te berichten, dat ik mij volkomen vereenig met het op dit stuk gestelde afwijzende advies van den Hoofdcommissaris van Politie d.d. 23 Mei jl. Ook mijnerzijds wordt mitsdien beleefd in overweging gegeven dit verzoek van de hand te wijzen.
[Onderaan:]
De Directeur, Het betreft een formele ambtelijke afhandeling van een vergunningsaanvraag. De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek voor een "uitstalvergunning" (het recht om koopwaar op de stoep of voor de gevel uit te stallen) voor een persoon genaamd H. Weissmann.
De schrijver refereert aan een eerder advies van de Hoofdcommissaris van Politie van 23 mei 1939, dat negatief was. De afzender sluit zich volledig bij dit negatieve advies aan en adviseert de Directeur der Gemeentebelastingen om het verzoek officieel af te wijzen. De toon is uiterst hoffelijk en formeel ("ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging gegeven"), passend bij de bureaucratische etiquette van die tijd. De datum van de brief, juni 1939, plaatst dit document in de maanden vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de regelgeving rondom uitstallingen streng, vaak ingegeven door verkeersveiligheid of het straatbeeld, maar soms ook door lokale verordeningen die de concurrentie tussen winkeliers reguleerden.
De naam van de aanvrager, H. Weissmann, roept de vraag op of de politieke spanningen en de vervolging van Joden in nazi-Duitsland (wat leidde tot een vluchtelingenstroom naar Amsterdam) al invloed hadden op ambtelijke besluitvorming, hoewel de brief zelf louter verwijst naar het advies van de politie zonder inhoudelijke redenen te noemen. De adressering aan de Heerengracht 196 bevestigt dat dit een zaak binnen de gemeente Amsterdam betreft.