Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 257
Dossier 37
Jaar 1939
Stadsarchief

Uittreksel van een officieel besluit of verordening.

Origineel

Uittreksel van een officieel besluit of verordening. Burgemeester en Wethouders hebben aan de voorwaarden,
verbonden aan de Ventvergunningen, toegevoegd:

19⁰ dat, indien met aal gevent wordt, deze gedurende de
maanden November tot en met April niet wordt meegevoerd
of ten verkoop in voorraad gehouden in zaagsel, zand of
andere poeder- of korrelvormige stoffen. * Inhoud: Het document betreft een aanvullende bepaling (artikel 19) voor houders van een ventvergunning. Het verbiedt specifiek het gebruik van zaagsel, zand of andere poedervormige stoffen bij het vervoeren of voorradig houden van aal (paling) tijdens de wintermaanden (november t/m april).
* Vorm: Een getypt strookje of een uittreksel, mogelijk bedoeld om als bijlage bij een vergunning te voegen of ter publicatie in een lokaal blad.
* Terminologie: Het gebruik van "19⁰" is de toenmalige schrijfwijze voor "19de". Het woord "venten" verwijst naar de ambulante handel (verkoop op straat).
* Doel: De maatregel is vermoedelijk ingegeven vanuit hygiënische overwegingen of om de kwaliteit van de vis te waarborgen. Het gebruik van zaagsel of zand werd vaak gedaan om glibberige vis beter hanteerbaar te maken, maar kon in de wintermaanden mogelijk leiden tot onhygiënische situaties of het verhullen van de versheid van de vis. In de Nederlandse geschiedenis was de ambulante handel (venten) een belangrijke bron van inkomsten voor de lagere klassen en een essentiële manier om voedsel bij de burgers te brengen. Gemeenten reguleerden dit streng via ventvergunningen om overlast te beperken en de volksgezondheid te beschermen. Aal was een veelverkocht product.

Dergelijke specifieke voorschriften voor visverkopers komen vaak voor in lokale politieverordeningen (APV's) uit de late 19e en vroege 20e eeuw, een periode waarin de aandacht voor openbare hygiëne en voedselveiligheid (mede door de opkomst van de bacteriologie) sterk toenam. Het feit dat dit verbod specifiek voor de wintermaanden geldt, kan te maken hebben met de specifieke condities van de vis of de gebruikte materialen in koude, vochtige periodes.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document betreft een aanvullende bepaling (artikel 19) voor houders van een ventvergunning. Het verbiedt specifiek het gebruik van zaagsel, zand of andere poedervormige stoffen bij het vervoeren of voorradig houden van aal (paling) tijdens de wintermaanden (november t/m april).
  • Vorm: Een getypt strookje of een uittreksel, mogelijk bedoeld om als bijlage bij een vergunning te voegen of ter publicatie in een lokaal blad.
  • Terminologie: Het gebruik van "19⁰" is de toenmalige schrijfwijze voor "19de". Het woord "venten" verwijst naar de ambulante handel (verkoop op straat).
  • Doel: De maatregel is vermoedelijk ingegeven vanuit hygiënische overwegingen of om de kwaliteit van de vis te waarborgen. Het gebruik van zaagsel of zand werd vaak gedaan om glibberige vis beter hanteerbaar te maken, maar kon in de wintermaanden mogelijk leiden tot onhygiënische situaties of het verhullen van de versheid van de vis.

Historische Context

In de Nederlandse geschiedenis was de ambulante handel (venten) een belangrijke bron van inkomsten voor de lagere klassen en een essentiële manier om voedsel bij de burgers te brengen. Gemeenten reguleerden dit streng via ventvergunningen om overlast te beperken en de volksgezondheid te beschermen. Aal was een veelverkocht product.

Dergelijke specifieke voorschriften voor visverkopers komen vaak voor in lokale politieverordeningen (APV's) uit de late 19e en vroege 20e eeuw, een periode waarin de aandacht voor openbare hygiëne en voedselveiligheid (mede door de opkomst van de bacteriologie) sterk toenam. Het feit dat dit verbod specifiek voor de wintermaanden geldt, kan te maken hebben met de specifieke condities van de vis of de gebruikte materialen in koude, vochtige periodes.