Ambtelijk rapport / Rapport van bevindingen.
Origineel
Ambtelijk rapport / Rapport van bevindingen. 5 augustus 1939. J.M. Reygwart (waarschijnlijk een marktmeester of opzichter). № 27/80/1 M. 1339 L
Aan den Heer Inspecteur
vh Marktwezen.
M.H.!
Heden avond ongeveer 9 uur had den standplaatshouder P.H. v. Peljee № 280 Ten Katestraat de assistente welke hem tot 24 Juni 39 door de Directie was verstrekt toch weer achter de stal, om mede behulpzaam te zijn in het schoonmaken van haring. ofschoon de plaatshouder zelf, zijn vrouw, en de toegestane assistent, dus met drie personen achter de stonden, nam hij evengoed de vrijheid ook daarbij de vierde persoon aan de stal.
Toen ik hem daar aanmerking op maakte en verzocht deze assistente direct weg te sturen zeide hij tegen mij „Mijnheer wat moet ik dan mijn vrouw kan toch niet hoewel zijn vrouw aan de stal stond. zijn vrouw voegde mij nog toe U let maar alleen op ons. uit bovengenoemde handelingen van de plaatshouder maak ik uit op, dat hij op een geforceerde manier zijn zin wil doordrijven.
In het belang van de goede orde op de markt stel ik voor voor de plaatshouder voor zijn handelingen voorwaardelijk te straffen en bij herhaling definitief straf oplegging.
J.M. Reygwart
Amsterdam 5 Augustus 1939
[Margenotitie linkerzijde, verticaal geschreven:]
art 39 lid 1 v-het Regt. Wilt voorwaardelijk gestraft deze straf zal sta blijven voor een tijdperk van een jaar.
[Aantekening onderaan in rood/blauw potlood, deels vervaagd:]
27/80/2 Mij is gerapp[orteerd] dat U zich, ondanks mijn desbetr. verbod, op 5 Aug jl. op Uw plaats in de Ten Katestr. hebt laten bijstaan door een tweede assistente. op grond van dit feit heb ik u krachtens... Het document is een officieel rapport betreffende een overtreding van het Marktreglement op de Amsterdamse Ten Katemarkt in de zomer van 1939. De kern van het geschil is het aantal personen dat achter de marktkraam (de "stal") werkzaam is.
De standplaatshouder, de heer P.H. van Peljee (een haringverkoper), werd betrapt terwijl hij zich liet bijstaan door vier personen: hijzelf, zijn vrouw, een officieel toegestane assistent en een tweede assistente wiens tijdelijke vergunning reeds op 24 juni 1939 was verlopen. Wanneer de ambtenaar (Reygwart) hem hierop aanspreekt, reageert de koopman defensief en emotioneel ("wat moet ik dan"), ondersteund door zijn echtgenote die de ambtenaar beschuldigt van partijdigheid ("U let maar alleen op ons").
De ambtenaar adviseert een voorwaardelijke straf om de "goede orde" te handhaven en verdere recalcitrant gedrag van de koopman te ontmoedigen. In de kantlijn is te zien dat dit advies is overgenomen: een voorwaardelijke straf met een proeftijd van een jaar, gebaseerd op artikel 39 van het reglement. Dit document biedt een inkijkje in de strikte handhaving op de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het "Marktwezen" hanteerde strenge regels voor het aantal assistenten per kraam om overbezetting en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De Ten Katemarkt was (en is) een drukke volksmarkt in Amsterdam-West.
De genoemde "haring" duidt op een typisch Amsterdams visbedrijf. De interactie tussen de marktmeester en de koopman illustreert de constante spanning tussen de ambtelijke regels en de praktijk van de hardwerkende marktkooplieden die vaak hun hele gezin inschakelden om het werk (zoals het schoonmaken van haring) gedaan te krijgen. Het document is bovendien een voorbeeld van de administratieve overgang; de rode aantekening onderaan lijkt een kladversie van de officiële beschikking die naar de koopman is gestuurd als reactie op dit rapport. J.M. Reygwart P.H. van Peljee Marktwezen