Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 340
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbrief / Adviesnota

9 augustus 1939

Origineel

Ambtsbrief / Adviesnota 9 augustus 1939 [Handgeschreven:] extra

vP/G.

27/80/4 M.
1

9 Augustus 1939.

Verzoek van P.H.J.Seljee
inzake assistentie op
marktplaats.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 3 dezer om advies ontvangen stuk no.23/7 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressant een vaste plaats op de markt Ten Katestraat bezet, waar hy haring verkoopt. Hy heeft toestemming om zich op de bedoelde marktplaats te laten bystaan - niet vervangen - door E.Kromhout v.d.Meer, terwyl, op grond van artikel 18 van het Reglement op de Markten, ook zyn echtgenoote hem op de bedoelde plaats behulpzaam mag zyn en hem mag vervangen.

Den laatsten tyd is herhaaldelyk waargenomen, dat Seljee zich op zyn marktplaats bovendien liet bystaan door de echtgenoote van zyn assistent, hetgeen hem is verboden. Op grond van destyds in de Commissie van Advies voor de Markten gevoerde besprekingen wordt namelyk dezerzyds de gedragslyn gevolgd, dat op marktplaatsen niet meer dan één assistent wordt toegelaten. Indien de koopman bovendien zyn echtgenoote op de plaats kan laten staan zyn drie personen voor den markthandel aanwezig, hetgeen voldoende wordt geacht; ook indien de echtgenoote verhinderd is, behoort evenwel, naar myn meening, geen tweede assistent te worden toegestaan.

Adressant protesteert tegen dezen maatregel, waarvan hy beweert schade te ondervinden. Hy dient zich daar echter myns inziens by neer te leggen, omdat de bedoelde maatregel voor alle kooplieden gelykelyk behoort te gelden. Het document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak betreft een handhavingskwestie op de Amsterdamse Ten Katemarkt.

De marktkoopman, P.H.J. Seljee, een haringhandelaar, lapt de regels omtrent marktassistentie aan zijn laars. Volgens het Marktreglement (artikel 18) mag hij één officiële assistent hebben (E. Kromhout v.d. Meer) en mag zijn eigen echtgenote hem bijstaan. De controleurs hebben echter geconstateerd dat ook de echtgenote van de assistent meehielp op de kraam.

De opsteller van de brief hanteert een strikte lijn: drie personen op een marktplaats (koopman, echtgenote en één assistent) is de limiet. Het verzoek van Seljee om extra hulp wordt afgewezen onder het mom van rechtsgelijkheid; de regels moeten voor iedere koopman gelijk zijn. De toon is formeel en beslist ("Hy dient zich daar echter myns inziens by neer te leggen"). Dit document stamt uit augustus 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de regulering van markten in Amsterdam zeer strikt. De Ten Katestraat (gelegen in de Kinkerbuurt) was en is een van de drukkere markten van de stad.

De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in die tijd cruciaal voor de distributie en controle van voedsel in de stad. Het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (zoals in "bystaan" en "gelykelyk") is typerend voor de ambtelijke spelling van die tijd. Het dossiernummer en de verwijzing naar een "kantbrief" duiden op een uitgebreide bureaucratische correspondentie over relatief kleine marktvergrijpen, wat de verregaande overheidsbemoeienis met de detailhandel in de vooroorlogse jaren illustreert.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak betreft een handhavingskwestie op de Amsterdamse Ten Katemarkt.

De marktkoopman, P.H.J. Seljee, een haringhandelaar, lapt de regels omtrent marktassistentie aan zijn laars. Volgens het Marktreglement (artikel 18) mag hij één officiële assistent hebben (E. Kromhout v.d. Meer) en mag zijn eigen echtgenote hem bijstaan. De controleurs hebben echter geconstateerd dat ook de echtgenote van de assistent meehielp op de kraam.

De opsteller van de brief hanteert een strikte lijn: drie personen op een marktplaats (koopman, echtgenote en één assistent) is de limiet. Het verzoek van Seljee om extra hulp wordt afgewezen onder het mom van rechtsgelijkheid; de regels moeten voor iedere koopman gelijk zijn. De toon is formeel en beslist ("Hy dient zich daar echter myns inziens by neer te leggen").

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de regulering van markten in Amsterdam zeer strikt. De Ten Katestraat (gelegen in de Kinkerbuurt) was en is een van de drukkere markten van de stad.

De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in die tijd cruciaal voor de distributie en controle van voedsel in de stad. Het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (zoals in "bystaan" en "gelykelyk") is typerend voor de ambtelijke spelling van die tijd. Het dossiernummer en de verwijzing naar een "kantbrief" duiden op een uitgebreide bureaucratische correspondentie over relatief kleine marktvergrijpen, wat de verregaande overheidsbemoeienis met de detailhandel in de vooroorlogse jaren illustreert.